Pensioenreserves en rekenrentes in EU-lidstaten

Minister Koolmees van SZW heeft op 11 oktober jl. een reeks vragen beantwoord over de pensioenreserves en rekenrentes van een aantal EU-lidstaten. De door de minister gepresenteerde cijfers zijn verrassend.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de pensioenreserves en rekenrentes voor verschillende EU-landen.

 

Land

rekenrente

Pensioenreserve

(in mln. Euro)

Pensioenreserve

(in % BBP)

Pensioenreserve

(in € per inwoner)

Duitsland

3,3%

   224.231

  7%

2.787

Denemarken

1,4%

       7.954

  3%

       1

Frankrijk

Nb

               0

  0%

       0

VK

3,1%

1.612.765

68%

24.664

Italië

3,4%

    123.645

   7%

1.986

Spanje

4,2%

      37.018

               3%

750

Nederland

1,2%

 1.296.044

184%

75.567

Zweden

1,6%

    316.870

   69%

31.558

 

De cijfers hebben betrekking op het jaar 2016.

 

Eind 2016 bedroeg het totale pensioenvermogen in de EU ondergebracht bij pensioeninstellingen onder de IORP-richtlijn € 3.800 miljard. Het VK en Nederland samen tekenden voor ruim 76% van het totale tweede pijler pensioenvermogen in de EU.

 

Aangezien kapitaaldekking binnen het Nederlandse pensioenstelsel relatief zwaar weegt en sprake is van defined benefit-regelingen, moeten alle generaties erop kunnen vertrouwen dat de opgebouwde pensioenen zo goed mogelijk worden nagekomen. Dat kan het beste worden bereikt op basis van objectieve, arbitragevrije waarderingsgrondslagen op basis waarvan het collectieve pensioenvermogen evenwichtig tussen generaties verdeeld blijft. Als gevolg van de lage rente zijn het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen sterk gestegen. Hoe lager de rente hoe hoger het bedrag dat gereserveerd moet worden om in de toekomst pensioen te kunnen uitkeren. Het hanteren van een hogere rekenrente impliceert dat op de korte termijn meer kan worden uitgekeerd, waardoor op langere termijn de huidige jongere generaties een ongedekte rekening gepresenteerd krijgen.

 

Uit deze beschouwing blijkt dat als de rente lange tijd laag blijft, pensioenfondsen zich nog steeds voor de taak geplaatst zien om niet alleen de pensioenen op dit moment kunnen bekostigen, maar ook de pensioenen over vijftig jaar. Hiervoor moet nu al geld gereserveerd worden en moet er prudent worden omgegaan met de vermogens die pensioenfondsen op dit moment in kas hebben.