Potovereenkomst is niet nietig

Hof Den Bosch heeft op 19 december 2017 (publicatie: 3 september 2019) uitspraak gedaan of een zogenoemde potovereenkomst nietig is.

Partijen zijn in april 1996 met elkaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekeningsverplichting. In juni 1996 zijn partijen een potovereenkomst aangegaan, kort samengevat inhoudende dat zij hun jaarlijkse winsten bij elkaar zouden voegen en deze bij helfte zouden verdelen. In 2012 zijn partijen gescheiden. 

 

In geschil is onder andere een door de man in het kader van de potovereenkomst aan de vrouw gedane betaling. Volgens de man is de potovereenkomst nietig en zijn partijen aldus geen van de huwelijkse voorwaarden afwijkende regeling aangegaan. Hierdoor is er geen titel voor de betaling. Volgens de vrouw is de potovereenkomst een overeenkomst tussen partijen die wordt beheerst door het contractenrecht.

 

Hof Den Bosch overweegt dat ter beoordeling de vraag voor ligt hoe de potovereenkomst zich verhoudt tot de huwelijkse voorwaarden. Volgens het hof is de potovereenkomst niet opgesteld om de huwelijkse voorwaarden op enigerlei wijze te wijzigen of opzij te zetten (hetgeen zou betekenen dat de potovereenkomst nietig is), maar juist om uitvoering te geven aan de bij de huwelijkse voorwaarden vastgestelde verrekeningsverplichting. Als zodanig is de potovereenkomst niet nietig. Derhalve kan de door de man uit hoofde van de potovereenkomst gedane betaling niet als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel