Premie Whk juist?

De aan de werknemer betaalde WGA uitkering is ten onrechte ten laste van de Whk gebracht. Daardoor is het gedifferentieerd premiepercentage Whk te hoog vastgesteld. De WGA uitkering is ten onrechte aan de werkgever toegerekend.

X heeft een uitgevallen arbeidsgehandicapte werknemer niet ziek gemeld bij het UWV, heeft het loon van de werknemer gedurende de wachttijd doorbetaald en heeft geen beroep gedaan op de no-riskpolis. Het UWV heeft daarom geen ziekengeld aan de werknemer betaald en heeft de loondoorbetaling ook niet aan X gecompenseerd. De vraag is of de individuele premiecomponent WGA lasten voor 2017 juist is vastgesteld. Hierbij is de vraag aan de orde of de in 2015 aan de werknemer betaalde WGA uitkering terecht ten laste van de Werkhervattingskas (Whk) is gebracht. Meer specifiek is in geschil hoe de woorden ‘recht op ziekengeld’ in artikel 117b, lid 3, onderdeel c, Wfsv moeten worden uitgelegd.

Volgens X is het op grond van de tekst van dit artikel niet vereist dat het ziekengeld daadwerkelijk is geclaimd en uitbetaald. Voldoende is dat de werknemer uit hoofde van de no-riskpolis recht op ziekengeld had. Volgens de Belastingdienst moeten de woorden ’recht had op ziekengeld’ zo worden uitgelegd dat dit recht door het UWV moet zijn vastgesteld. De uitbetaling is niet relevant, maar de vaststelling door het UWV is wel nodig, aldus de Belastingdienst. Alleen dan komt een door het UWV betaalde WGA uitkering niet ten laste van de Whk. Of een werknemer recht heeft op ziekengeld wordt na melding van de ziekte door het UWV beoordeeld en de Belastingdienst volgt die beoordeling. Feitelijk is in deze zaak (ook) door de Belastingdienst alsnog het oordeel gevraagd van het UWV. Volgens het UWV bestond recht op het ziekengeld, maar kan dat recht niet meer worden geëffectueerd. Aldus is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden sprake van een oordeelsvorming van het UWV waaraan de Belastingdienst naar eigen zeggen gehouden is. Dit brengt mee dat de in 2015 aan de werknemer betaalde WGA uitkering ten onrechte ten laste van de Whk is gebracht en dat het gedifferentieerd premiepercentage Whk daardoor te hoog is vastgesteld. Het hoger beroep van de Belastingdienst is ongegrond. Het Hof bevestigt de uitspraak van Rechtbank Gelderland.