Premieplicht Rijnvarende

Rijnvarende X is verzekerd in Nederland. Zijn bezwaar hiertegen is niet ontvankelijk. Zijn verzoek om regularisatie wordt afgewezen.

X is een Rijnvarende en woont in Nederland. Hij heeft in de aangifte IB/PVV 2010 verzocht om vrijstelling voor premies volksverzekeringen over het loon. De Belastindienst heeft de gevraagde vrijstelling geweigerd. Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is in de eerste plaats in geschil of het bezwaar van X inzake de aanslag IB/PVV 2010 terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk is verklaard. De Rechtbank acht door X aannemelijk gemaakt dat hij de aanslag niet had ontvangen.

Er is daarom sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor X ontvankelijk is in zijn bezwaar. X stelt zich op het standpunt dat hij in 2010 niet in Nederland maar in Luxemburg, dan wel in Cyprus verzekerd en premieplichtig was voor de volksverzekeringen. Hij maakt dit echter niet aannemelijk. Aan de door Cyprus afgegeven E101 verklaring komt voor X als Rijnvarende zowel vóór als ná 1 mei 2010 (inwerkingtreding Verordening 883/2004) geen bindende werking toe, aldus de Rechtbank. X is in Nederland verplicht verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen.

X heeft de Rechtbank verzocht om vast te stellen dat op grond van artikel 13 Rijnvarendenverdrag regularisatie dient plaats te vinden, om dubbele premieheffing te voorkomen. In de onderhavige zaak staat de aanslag nog niet onherroepelijk vast. Volgens de Rechtbank is het aan X om na afwikkeling van de fiscale procedure een verzoek tot regularisatie in te dienen. De beoordeling daarvan kan vervolgens worden getoetst door de Rechtbank en de Centrale Raad van Beroep. Op zichzelf beschouwd, is aldus een voldoende doeltreffende mogelijkheid voorhanden om uiteindelijk dubbele premieheffing te voorkomen.