Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Prinsjesdag 2016 Inkomensverzekeringen

Onderdeel van de Miljoenennota 2017 is de Rijksbegroting 2017 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het betreft een financiële begrotingsstaat, uitgewerkt in een 13-tal beleidsartikelen (wetgevingsbieden) en vier niet-beleidsartikelen. Op vijf wetgevingsgebieden is een aantal, voor de adviseur Inkomen, belangrijke beleidswijzigingen voor 2017 geïnventariseerd en op hoofdlijnen uitgewerkt.

 

 

Beleid 2017 Ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid

Aan het beleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liggen twee kernwaarden ten grondslag:

  • goed werk;
  • kansen voor iedereen.

Om deze kernwaarden in 2017 te realiseren worden deze verder uitgewerkt in onder andere:

  1. Wetgeving Arbeidsmarkt.
  2. Wetgeving Participatiewet.
  3. Wetgeving Arbeidsongeschiktheid.
  4. Wetgeving Jonggehandicapten.
  5. Wetgeving Werkloosheid. 

1.       Wetgeving Arbeidsmarkt

Wet Tegemoetkoming Loondomein: het lage-inkomensvoordeel (LIV)
Om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten, is er vanaf 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV): een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen – of houden – die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer (tot maximaal 120% van het wettelijk minimumloon). De regeling is eenvoudig: werkgevers hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen. De Belastingdienst betaalt het lage-inkomensvoordeel automatisch uit. In 2018 worden ook de premiekortingen die werkgevers krijgen voor het in dienst nemen van ouderen en mensen met een arbeidsbeperking omgezet in eenvoudigere loonkostenvoordelen, die onafhankelijk van de afgedragen premies worden uitbetaald. Ook kleine werkgevers krijgen dan altijd de volledige tegemoetkoming in de loonkosten voor deze doelgroepen.

Scholingvouchers
Om de overgang van werk naar werk of van een uitkering naar werk verder te ondersteunen, zijn er ook in 2017 scholingsvouchers beschikbaar. Mensen met een baan of een WW-uitkering, en zelfstandigen, kunnen zich hiermee omscholen naar een beroep met een beter perspectief op werk. Voor deze scholingsvouchers is € 30 miljoen beschikbaar vanaf medio 2016. Er zijn verschillende scholingsvouchers voor werkzoekenden en werkzoekende 50-plussers. De verdere voorwaarden zijn terug te vinden onder de externe link van de scholingsvouchers. 

Verhoging minimumjeugdloon
Werkende jongeren van 21 jaar dienen bij goed werk financieel zelfstandig te kunnen zijn. De huidige vormgeving van het minimumjeugdloon, waarbij jongeren pas vanaf hun 23e recht krijgen op het reguliere wettelijk minimumloon, past daar niet meer bij. Het kabinet gaat daarom op 1 juli 2017 de vormgeving van het minimumloon wijzigen:

  • Het minimumjeugdloon voor 18-, 19- en 20-jarigen wordt verhoogd.
  • Vanaf 22 jaar ontvangen jongeren het reguliere wettelijk minimumloon. Wanneer deze wijziging niet marktverstorend werkt, wordt de leeftijd op 1 juli 2019 verder verlaagd naar 21 jaar.
  • Betaling op basis van stukloon blijft mogelijk maar minstens op basis van het wettelijk minimumloon.

De aanpassing geschiedt in twee stappen:

Jaar

18

19

20

21

22

23

Huidig jaar

45,5%

52,5%

61,5%

72,5%

85%

100%

1 juli 2017

1e stap

47,5%

55%

70%

85%

100%

100%

2019

2e stap

50%

60%

80%

100%

100%

100%

(% van het minimumloon)

De mogelijkheid wordt onderzocht om een wettelijk minimumuurloon in te stellen. Vooruitlopend op het resultaat hiervan voert het kabinet in 2017 de maatregel in dat meerwerk (meer dan 40 uur per week) recht geeft op evenredig meer dan het wettelijke minimumloon. Aanpassingen op Cao-niveau blijven mogelijk en daarmee blijven ook onderlinge verschillen tussen Cao’s van verschillende bedrijfstakken bestaan. 

Maatregelen tegen schijnconstructies
Sinds 1 juli 2015 geldt de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Deze wet regelt dat werknemers beter worden beschermd tegen onderbetaling, lager dan het minimumloon. Bonafide werkgevers worden daardoor beter beschermd tegen oneerlijke concurrentie. Tevens zijn maatregelen getroffen die handhaving van het arbeidsrecht door Inspectie SZW verbetert. Vanaf 1 januari 2017 worden aan de al bestaande maatregelen de volgende toegevoegd:

  • Bescherming uitbetaling minimumloon: alle constructies waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen zijn verboden.
  • Uitbreiding Ketenaansprakelijkheid voor loon: werknemers in het goederenvervoer over de weg kunnen bij  onderbetaling ook  de opdrachtgever van de werkgever aansprakelijk stellen. 

Aanpassing Wet op de ondernemingsraden (WOR)
De wetswijziging, voorzien per 1 januari 2017, heeft tot doel om binnen ondernemingen met 100 of meer werknemers, duidelijkheid te verschaffen over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden en beloning ten opzichte van het voorgaande jaar van álle verschillende groepen werkzame werknemers in de onderneming. Informatie hierover dient minstens één maal per jaar tussen de bestuurder en de ondernemingsraad te worden uitgewisseld en besproken.

Wijziging Arbeidsomstandighedenwet
De wetswijziging, voorzien op enig moment in 2017, omvat de volgende concrete wijzigingen:

  • de OR krijgt instemmingsrecht op de keuze voor de preventiemedewerker en zijn plek in de organisatie;
  • versterking van de positie van de preventiemedewerker en de samenwerking met arbodienstverleners;
  • de bedrijfsarts krijgt wettelijk de ruimte voor overleg met de OR;
  • de adviserende rol van de bedrijfsarts wordt concreter;
  • elke werknemer moet bij de bedrijfsarts terecht kunnen voor consultatie;
  • er komen minimumeisen voor het basiscontract met een arbodienst wat ten goede moet komen aan de kwaliteit van de arbodienstverlening. 

2.       Wetgeving Participatiewet

Wetsvoorstel vereenvoudiging en stroomlijning Participatiewet en Wet Banenafspraak en Quotum Arbeidsbeperkten (bqa)
Op grond van afspraken met de VNG, gemeenten, sociale partners en het UWV en behandeling in de Tweede Kamer worden wijzigingen voorbereid van wet- en regelgeving van de Participatiewet en de Wet bqa. Deze treden naar verwachting vanaf 2017 in werking. Het gaat om de volgende aanpassingen:

  • Een forfaitaire loonkostensubsidie van 50% van het wettelijk minimumloon gedurende maximaal het eerste halfjaar van een dienstbetrekking voorafgaand aan de loonwaardemeting;
  • Flexibele termijn voor het herbeoordelen van de loonwaarde op de werkplek;
  • Een loonkostensubsidie ook mogelijk maken voor jongeren die al werken;
  • De harmonisering van de mobiliteitsbonus voor mensen met scholingsbelemmeringen met de premiekorting voor mensen uit de doelgroep banenafspraak;
  • De beoordelingscriteria voor de doelgroep banenafspraak worden vereenvoudigd en, waar mogelijk, geüniformeerd. 

Onderzoek naar invoering Praktijkroute
In 2016 vindt een onderzoek plaats naar de mogelijkheid van de invoering van de zogenoemde Praktijkroute. Onderzocht wordt of het mogelijk is om iemand, die op een concrete werkplek niet het wettelijk minimumloon kan verdienen, toe te voegen aan de doelgroep van de banenafspraak en hij daarmee wordt opgenomen in het doelgroepregister. Vaststelling dient te geschieden door de gemeente, met behulp van een gevalideerde loonwaardemethodiek. Bij een positief resultaat van dit onderzoek zal wetgeving in het najaar bij het parlement worden ingediend. Ter voorbereiding van wetgeving is de Tweede Kamer al in april en juni 2016 geïnformeerd over de voortgang van de vereenvoudiging van de banenafspraak. 

Verplichtstelling realisatie beschutte werkplekken
De gemeenten ontvangen middelen ( 100 miljoen euro over een periode van 2016 tot 2020) om in het kader van de Participatiewet beschutte werkplekken te realiseren. De middelen bestaan uit drie tijdelijke maatregelen:

  • de UWV no-riskpolis: voor personen uit de doelgroep beschut werk
  • de bonus beschut werk: financiële stimulans om beschutte werkplekken te realiseren
  • ondersteuning bij implementatie van beschutte werkplekken

Vanwege de, ondanks de ter beschikking gestelde middelen, tegenvallende resultaten wordt een wetsvoorstel voorbereid, waarin wordt vastgelegd dat de gemeenten het aantal beschutte werkplekken moeten realiseren en het maatwerk moeten bieden, dat aansluit bij de behoefte. Inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voor 2017 voorzien.

3.       Wetgeving Arbeidsongeschiktheid

Wet verbetering hybride markt
Doel van dit wetsvoorstel, die per 1 januari 2017 in werking treedt, is dat werkgevers zich bij de keuze voor een WGA-verzekering meer richten op de effectiviteit van re-integratieactiviteiten en activering van de verzekeraar. Daarom wordt meer evenwicht in de hybride markt aangebracht waardoor het voor werkgevers makkelijker wordt om een keuze te maken tussen de publieke en private verzekeringen. Het UWV zal een meer marktconforme premie in rekening brengen bij (middel)grote werkgevers, die na een periode van eigenrisicodragerschap terugkeren naar de publieke verzekering bij het UWV. En de publieke staartlasten van werkgevers, die na een periode van publieke verzekering bij het UWV, eigenrisicodrager worden, vallen niet meer onder het eigen risico van werkgevers (ongeacht hun grootte). 

Wijziging per 2017 van de UWV-tegemoetkoming bij arbeidsongeschiktheid
Mensen die arbeidsongeschikt zijn krijgen een tegemoetkoming van het UWV. Deze compensatie is een tegemoetkoming voor de extra kosten die een arbeidsongeschikte heeft door zijn ziekte of handicap. Een voorwaarde is wel dat men minimaal 35% arbeidsongeschikt moet zijn of steun van het UWV ontvangen om werk te vinden, werk te behouden of om te studeren. Het bedrag dat jaarlijks in september wordt uitbetaald wordt verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. 

Wijziging WIA-herbeoordeling bij verdiensten hoger dan 65% van maatmaninkomen
Wanneer een WGA-gerechtigde langer dan één jaar meer dan 65% van zijn maatmaninkomen heeft verdiend, wordt beoordeeld of er nog recht op een WGA-uitkering bestaat. Bij deze beoordeling moet er enkel worden bepaald dat er inderdaad langer dan één jaar meer dan 65% van het maatmaninkomen is verdiend. Deze beoordeling wordt uitgevoerd door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. Het is echter mogelijk om dit administratief vast te stellen op basis van de verstrekte inkomstengegevens; een volledige WIA-beoordeling is niet nodig en daarmee is de inzet van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige overbodig. De WIA zal worden aangepast zodat deze beoordeling voortaan administratief afgehandeld kan worden. 

Samenvoeging van gediffentieerde premies WGA Vast en WGA Flex
Per 1 januari 2017 wordt de publieke WGA-premie vastgesteld op basis van het gehele WGA-risico van de werkgever. Het onderscheid naar de aard van de dienstbetrekking in de WGA komt daarmee te vervallen. Werkgevers kunnen vanaf 1 januari 2017 kiezen voor publieke WGA-verzekering voor WGA-lasten van vast en tijdelijk personeel of voor eigenrisicodragerschap. 

Wijziging sanctiebeleid UWV bij beoordeling re-integratietrajecten 2e spoor
Wanneer een werknemer bij het UWV, bij afloop van zijn ziekteverzuimperiode, een aanvraag voor een WIA-uitkering indient, toetst het UWV het door de werknemer aangeleverde re-integratieverslag op deze verplichting. Het UWV toetst naar eigen inzicht en men gaat hierin voorbij aan wat specialisten (Arbo-dienst, re-integratiespecialisten, e.d.) aan de werkgever op dit gebied adviseren. Dit leidt in de praktijk tot de situatie dat de werkgever op advies van zijn bedrijfsarts geen re-integratietraject 2e spoor inzet maar toch een zware loonsanctie (loondoorbetaling voor maximaal 1 jaar) krijgt opgelegd. Het UWV is dan een andere mening toegedaan over de noodzaak en het tijdig inzetten van het traject en/of mogelijk haalbare resultaten. Dit leidt er vervolgens toe dat werkgevers kostbare en onnodige re-integratietrajecten  2e spoor inzetten om aan loonsancties te ontkomen. Dat vindt het kabinet onwenselijk.

Daarom gaat het kabinet de beoordeling van re-integratietrajecten door het UWV begrijpelijker en voorspelbaarder maken. De volgende maatregelen liggen hiervoor ter uitwerking:

  • De werkgever en werknemer beslissen gezamenlijk over het wel of niet, en het moment, van inzetten van een 2e spoortraject. Zij laten zich hierbij leiden door een advies van de bedrijfsarts en de keuze hiertoe leggen zij vast in een plan van aanpak.
  • UWV toetst vervolgens of het re-integratietraject conform plan van aanpak is verlopen.
  • De rol voor de bedrijfsarts blijft in de nieuwe situatie hetzelfde. De adviezen die de bedrijfsarts geeft worden door werkgever en werknemer vertaald in een plan van aanpak, het plan van aanpak wordt bijgesteld indien daartoe aanleiding is. 

Wijziging aanvraag vervroegde IVA-uitkering
Zowel werknemers als werkgevers moeten straks het initiatief kunnen nemen voor een vervroegde IVA-aanvraag ingeval een zieke werknemer géén perspectief meer heeft op terugkeer op de arbeidsmarkt. De werkgever kan de toegekende IVA-uitkering in mindering brengen op het loon dat hij betaalt. De komende tijd zal deze maatregel nader uitgewerkt worden. 

4.       Wetgeving Jonggehandicapten

Wijziging werkregeling Wajong2010
Deze wet is bedoeld voor mensen die al op jonge leeftijd een ziekte of handicap hebben. Ze hebben daardoor moeite met het vinden en behouden van werk. Vanaf 2017 zou iedere Wajonger2010 die 27 jaar is en die zeven jaar recht heeft gehad op arbeidsondersteuning en niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, door het UWV worden opgeroepen voor een RVC-beoordeling (RestVerdienCapaciteit). Het is echter voor het UWV niet mogelijk om op theoretische basis aan iemand een loonwaarde of verdiencapaciteit toe te kennen onder het wettelijk minimumloon (Wml).

Het voorstel is de regelgeving vanaf 2017 zo aan te passen dat iedere werkende Wajonger2010 die 27 jaar is, zeven jaar in de Wajong2010 heeft gezeten en een inkomen van 20% Wml of meer verwerft, een loonaanvulling ontvangt tot 100% Wml. Met de noodzakelijke wijziging van de voortgezette werkregeling wordt ook geregeld dat de Wajongers die nu in de oude Wajong zitten en overstappen naar de nieuwe Wajong geen 7 jaar meer hoeven te wachten voor ze in de voortgezette werkregeling stromen, omdat zij reeds 7 jaar in de Wajong hebben gezeten. 

5.       Wetgeving Werkloosheid

Actieplan «Perspectief voor vijftigplussers»
Doel van het plan dat in juni 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van een nieuwe baan, werknemers wendbaarder te maken op de arbeidsmarkt en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van vijftigplussers. Dit hoopt het kabinet te bewerkstelligen met intensivering van bestaand beleid en introductie van nieuwe maatregelen (zie de externe link). 

In 2017 en 2018 wordt uitvoering gegeven aan het actieplan. In totaal stelt het kabinet hiervoor € 68 miljoen beschikbaar. De voorgestelde aanpak moet de arbeidsmarkt voor 50-plussers verbeteren, met de volgende doelen:

  • De arbeidsparticipatie van de 50-plusser moet zoveel mogelijk gelijk zijn aan de gemiddelde arbeidsparticipatie van andere leeftijdsgroepen.
  • De kans op langdurige werkloosheid onder vijftigplussers moet afnemen.
  • De kennis van dit maatschappelijke probleem moet verder vergroot worden en de beeldvorming over 50-plussers op de arbeidsmarkt moet verbeteren.
  • De wendbaarheid van 50-plussers moet beter worden, waarbij de scholingsinspanningen van 50-plussers moeten toenemen in vergelijking met de voorgaande jaren.

Het actieplan is samen met de sociale partners opgesteld. De aanpak bevat – naast de bestaande instrumenten zoals de mobiliteitsbonus – een aantal nieuwe maatregelen. Het actieplan start op 1 januari 2017 en loopt twee jaar. Na 2018 zal op basis van een evaluatie van de aanpak en de arbeidsmarktsituatie van vijftigplussers worden bezien of en welke aanpak er verder nodig is.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships