Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Prinsjesdag 2019 Inkomen

Op dinsdag 17 september 2019 (Prinsjesdag) heeft het kabinet haar begroting voor 2020 bekendgemaakt. In dit artikel vatten we de voor adviseurs Wft Inkomen meest relevante onderwerpen uit deze begroting samen. Deze bestaan uit de financiële gevolgen van reeds aangenomen voorstellen en een groot aantal nieuwe plannen. De dagen na Prinsjesdag volgen stevige discussies over deze nieuwe plannen (de Algemene Politieke Beschouwingen). De ervaring leert dat er op basis van die discussies nog veel kan veranderen.

 

De nieuwe voorstellen, die in dit artikel worden genoemd, zijn dus allerminst een absolute zekerheid, maar wel een goed beeld van de richting waarin de regering denkt.

Reeds aangenomen wijzigingen

Halvering  LIV / halvering en afschaffing Jeugd-LIV

De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd regelt (als onderdeel van het pensioenakkoord) onder andere een bevriezing van de AOW-leeftijd in 2020 en 2021. De Financiering hiervan wordt deels gevonden door aanpassingen van het LIV en jeugd-LIV. Het hoge tarief van het Lage-inkomens-voordeel (LIV) wordt daarom met ingang van 2020 gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 euro per jaar. Hierdoor geldt er vanaf deze datum één tarief voor alle werknemers die onder het LIV vallen. Het Minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) wordt met ingang van 2020 gehalveerd en met ingang van 2024 afgeschaft. De compensatie aan werkgevers voor het verhogen van het minimumjeugdloon en het verlagen van de leeftijd waarop recht is op het volwassen minimumloon (sinds 1 juli 2019: 21 jaar) heeft daarmee maar kort geduurd. Werkgevers gaan overigens in overleg met het kabinet om te onderzoeken of voor het geheel aan instrumenten in de Wet tegemoet-komingen loondomein tot een effectievere invulling gekomen kan worden.

Wijziging geboorteverlof voor partners

Op 1 juli 2020 wordt het geboorteverlof gewijzigd. Het geboorteverlof bedraagt sinds 2019 één week met behoud van loon. Dit wordt aangevuld met 5 weken, waarbij de werknemer niet door de werkgever wordt doorbetaald, maar een uitkering (aan te vragen via de werkgever bij UWV) ontvangt van 70% van het (maximum) dagloon. Dit aanvullende geboorteverlof dient te worden opgenomen nadat de eerste week geboorteverlof met behoud van loon volledig is genoten, maar wel binnen 6 maanden na de dag van bevalling. Rechthebbenden zijn de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner van de moeder, degene die met haar samenwoont of degene die haar kind heeft erkend.

Nieuwe voorstellen Prinsjesdag

Vrijstelling assurantiebelasting voor aan arbeidsongeschiktheid gerelateerde werkgevers-verzekeringen

Dit betreft onder andere het verzekeren van de loondoorbetaling bij ziekte en het verzekeren van het eigenrisico. Omdat er geen sprake is van een rechtstreekse uitkering van een private verzekeraar aan de werknemer vallen deze verzekeringen niet onder de huidige vrijstelling voor ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. In de praktijk werd in deze gevallen al geen assurantiebelasting berekend. Voorstel is om dit nu ook in Wet op de belastingen van rechtsverkeer (WBR) zo aan te passen.

Voorstellen in verband met de arbeidsmarktpositie van zelfstandigen

Het kabinet stelt voor om vanaf 2021 een minimumuurtarief van € 16 in te voeren om de groep kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer bescherming te bieden.


Zzp’ers met een uurtarief boven de € 75 kunnen vanaf 2021 een zelfstandigen-verklaring krijgen. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken en wordt hiermee de opdrachtgever gevrijwaard van loonheffingen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. in 2020 wordt er al een Webmodule ingericht om opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid te bieden over de aard van de arbeidsrelatie. Doel hiervan is om terughoudendheid bij opdrachtgevers om een zelfstandige een opdracht te verstrekken zo veel mogelijk weg te nemen. De handhaving van de wet DBA is tot 1 januari 2020 opgeschort. Over een eventuele verlenging hiervan wordt in de begrotingsvoorstellen niet gesproken, maar dit ligt gezien de overige voorgestelde maatregelen wel voor de hand.

Vereenvoudiging Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

De banenafspraak uit het Sociaal Akkoord van 2013 heeft tot doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan betaald werk te helpen. Met de sociale partners is afgesproken dat in 2026 125.000 extra banen voor deze doelgroep moeten zijn gecreëerd. De opgave voor markt en overheid tot en met 2018 was om 43.500 extra banen te realiseren: 31.000 in de sector markt en 12.500 in de sector overheid.


Met 44.017 banen heeft de sector markt de doelstelling van 31.000 banen ruim overtroffen. Helaas hebben de overheidswerkgevers de doelstelling in 2018 (net als in de drie jaren daarvoor) niet gehaald. In 2018 heeft de sector overheid 7.940 extra banen gerealiseerd. Hierop is de quotumregeling geactiveerd, zodat het mogelijk wordt een quotumheffing op te leggen. Het vorige kabinet heeft echter besloten dat de overheidswerkgevers een jaar extra krijgen om de aantallen van de banenafspraak te realiseren. Inmiddels heeft de staatssecretaris een voorstel om de wet te vereenvoudigen aangekondigd (ook de naam wordt vereenvoudigd: het wordt nu Wet banenafspraak) , waarbij er geen onderscheid meer gemaakt zal worden tussen overheid en markt en er naast boetes ook beloningen mogelijk zijn voor bedrijven, die meer dan gemiddeld presteren. Totdat dit wetsvoorstel is behandeld zullen er naar verwachting geen quotumheffingen worden opgelegd. In een ander wetsvoorstel genaamd ‘Deactivering en uitstel quotumheffing’, dat op 22 januari 2019 is aangenomen door de Tweede Kamer en nu ter behandeling bij de Eerste Kamer ligt, wordt daarom uitstel van de quotumheffing voorgesteld tot 2022.

Voorlopige premies AWF

In de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is geregeld dat per 1 januari 2020 de sectorfondsen worden opgeheven. Ook de vaste Awf-premie komt te vervallen en wordt vervangen door een premie die gelijk is voor alle bedrijfstakken maar waarbij wordt gedifferentieerd naar soort dienstverband. De premie voor een tijdelijk dienstverband wordt daarbij 5% hoger dan die voor een vast dienstverband. Voorlopig wordt daarbij gerekend met 2,94% bij een vast contract en 7,94% voor werknemers met een flexibel contract. Als er binnen een bedrijf zowel vaste als flexibele contracten voorkomen zal de AWF premie voor dit bedrijf een percentage zijn dat tussen de 2,94% en 7,94% ligt, afhankelijk van de verhouding vast/flexibel. De gemiddelde Awf-werkgeverspremie, waarmee de overheid rekent, is voorlopig vastgesteld op 4,19%. Definitieve vaststelling van de Awf-premies voor 2020 vindt plaats in oktober 2019.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships