Produceren tv-programma’s en films geen bron van inkomen

Hof Den Haag heeft op 14 november 2019 uitspraak gedaan of activiteiten op het gebied van productie van tv-programma’s en films een bron van inkomen zijn.

Belanghebbende heeft in 2014 een volledige dienstbetrekking. Daarnaast produceert hij sinds 2012 tv-programma’s en films. Hij heeft daarmee vanaf de start tot en met 2018 negatieve resultaten behaald. Belanghebbende heeft het verlies elk jaar in zijn aangifte inkomstenbelasting afgetrokken als negatief resultaat uit onderneming. De aangiften 2012 en 2013 zijn door de inspecteur gevolgd.

 

Voor 2014 weigert de inspecteur echter de aftrek. De inspecteur stelt dat er geen bron van inkomen is. Volgens hem is er geen sprake van een objectieve voordeelsverwachting.

 

Hof Den Haag oordeelt dat op grond van de feiten en omstandigheden er geen sprake is van de (objectieve) verwachting dat belanghebbende met zijn activiteiten in de toekomst redelijkerwijs voordeel kan behalen. Vanaf de start in 2012 tot en met 2018 hebben de activiteiten geleid tot negatieve resultaten. De door belanghebbende ingebrachte stukken, waaruit moet blijken dat hij een ‘voet aan de grond’ heeft in de markt waarin hij opereert, zijn onvoldoende om een objectieve voordeelsverwachting aannemelijk te maken. Ook wat belanghebbende heeft verklaard over de in 2019 en 2020 te verwachten positieve resultaten leidt niet tot een ander oordeel aangezien de (cijfermatige) onderbouwing hiervan ontbreekt.

 

Het gelijk is dan ook aan de inspecteur.