Rangorderegeling Wet inkomstenbelasting 2001

Een belastingplichtige krijgt in 2009 vorderingen op een BV waarvan hij aanmerkelijk belang houder is geworden. De vorderingen zijn daardoor in de loop van dat jaar onderdeel geworden van het inkomen uit werk en woning, resultaat uit overige werkzaamheden (op grond van de ter beschikkingstellingsregeling). Op 1 januari van dat jaar waren ze nog onderdeel van zijn inkomen uit sparen en beleggen. Volgens Rechtbank Gelderland is dat in overeenstemming met de wetsystematiek en bedoeling van de wetgever. Er is ook geen strijd met artikel 1 EP EVRM, omdat de belasting in box 1 lager is dan het bedrag van de ontvangen huuropbrengsten en voor de veronderstelde samenloop met de box 3-heffing heeft de Hoge Raad (arrest 10 juni 2016, 2016/1129) al geoordeeld dat dit stelsel niet elke grond ontbeert. Bovendien wordt met de box 3-heffing ook de waardestijging forfaitair belast en dat is een andere grondslag dan de ook in box 1 in aanmerking genomen huur.

Best een ogenschijnlijk verdedigbare redenatie, maar toch wringt er iets. Zeker sinds dat de rendementsgrondslag op 1 januari voor het volledige jaar is gaan gelden zonder tijdsevenredige herrekening bij een sfeerovergang van box 1 naar box 3 voelt het in ieder geval wel als dubbele heffing. Financiële planning is dus ook heel vaak tijd en specifieke datumplanning om zoveel mogelijk economische dubbele heffing te voorkomen.

 

Marco Rijsdijk
Over Marco

Marco Rijsdijk is jurist en fiscalist. Hij is managing partner bij MR legal & tax VoF (legal, tax & compliance consultants, product- en projectmanagement). Samen met het team adviseert, begeleidt, audit en onderhandelt onder andere voor verzekeraars, banken, multinationals, [...]

Bekijk profiel