Rechtbank Den Haag: Woon/winkelpand is niet splitsbaar

Rechtbank Den Haag heeft op 12 september 2019 uitspraak gedaan over de vermogensetikettering van een pand dat bestaat uit een winkelpand met werkplaats en uit een bovenverdieping met kamers die aan studenten worden verhuurd.

Belanghebbende drijft samen met haar echtgenoot een vof. Belanghebbende en haar echtgenoot zijn ieder 50% eigenaar van een pand. Het pand bestaat uit een winkelpand met werkplaats en uit een bovenverdieping met kamers die aan studenten worden verhuurd. Het winkelgedeelte (met magazijn) wordt in gebruik gegeven aan de vof. Hiervoor wordt door belanghebbende een vergoeding in rekening gebracht.

 

In geschil is hoe het pand dient te worden geëtiketteerd. Belanghebbende stelt dat het pand niet splitsbaar is en dat het volledige pand geëtiketteerd dient te worden als privévermogen. 

 

Volgens Rechtbank Den Haag heeft belanghebbende onweersproken gesteld dat de verhuurde kamers enkel kunnen worden bereikt via de trap die zich in het ondernemingsgedeelte bevindt. Dit in samenhang bezien met het feit dat er in het gehele pand slechts één keuken en één sanitaire ruimte is, betekent volgens de rechtbank dat er geen sprake is van een splitsbaar pand. Het ondernemingsgedeelte van het pand is derhalve ook keuzevermogen. Het gehele pand mag tot het privévermogen worden gerekend. In zoverre is het gelijk aan belanghebbende. 

Het vorenstaande betekent echter ook, dat het deel van het ondernemingsgedeelte van het pand, dat belanghebbende ter beschikking stelt aan het vof-aandeel van haar echtgenoot, tbs-vermogen is.