Rechtbank Gelderland: Inspecteur maakt niet aannemelijk dat tegenprestatie is bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst

Rechtbank Gelderland heeft op 11 juni 2019 uitspraak gedaan of er bij de verkoop van aanmerkelijkbelangaandelen sprake is van een tegenprestatie, die bedongen is bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst.

De echtgenoot van belanghebbende verkoopt al zijn aandelen in zijn bv voor € 100.000 aan zijn zoon. De intrinsieke waarde van de aandelen is € 383.532. De verkoopprijs is tot stand gekomen door hierop badwill en een bedrag aan vervolginvesteringen in mindering te brengen. Uitgaande van een verkrijgingsprijs van de aandelen van € 269.840 heeft belanghebbende een verlies uit aanmerkelijk belang van € 169.840 aangegeven.

De inspecteur heeft de verkoopprijs op grond van artikel 4.22 Wet IB echter gecorrigeerd met € 283.532. Gezien de familierelatie tussen de verkoper en de koper acht de inspecteur het aannemelijk dat dit de aanleiding is geweest om de verkoopprijs te corrigeren naar      € 100.000.

Rechtbank Gelderland overweegt dat de waardering van de aandelen heeft plaatsgevonden op basis van een waardering van het onroerend goed door een onafhankelijke taxateur die de accountant heeft gebruikt voor de bepaling van de waarde. Deze handelswijze zou bij een verkoop aan een onafhankelijke derde ook zijn gevolgd.

De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant de waarde niet onafhankelijk heeft vastgesteld, zodat de inspecteur in dit geval ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tegenprestatie is bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst.