Rechtbank Noord-Holland: Huurrecht is geen (verplicht) ondernemingsvermogen

Belanghebbende drijft een eenmanszaak vanuit zijn huurwoning. Bij de bepaling van de winst over 2014 houdt hij rekening met € 731 aan huisvestingskosten bestaande uit de kosten van gas, water en licht.

 

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1899) wenst belanghebbende bij nader inzien het huurrecht van de woning tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen en wenst hij rekening te houden met € 12.815 aan huisvestingskosten. De inspecteur wijst het verzoek van belanghebbende echter af.

 

Rechtbank Noord-Holland overweegt dat het opnemen van huisvestingskosten in de aangifte onvoldoende is om de conclusie te rechtvaardigen dat belanghebbende het huurrecht heeft geëtiketteerd als ondernemingsvermogen. De inspecteur heeft naar voren gebracht dat de woning voor meer dan 90% als woning wordt gebruikt. Belanghebbende heeft dit niet dan wel onvoldoende weersproken. Van verplicht ondernemingsvermogen is daarom geen sprake.

Verder overweegt de rechtbank, dat wanneer het huurrecht, gelet op het gemengde gebruik van de huurwoning als keuzevermogen moet worden aangemerkt, voor herziening van de gemaakte keuze sprake dient te zijn van bijzondere omstandigheden. Het door belanghebbende hiervoor aangehaalde arrest is echter geen bijzondere omstandigheid die een herziening van de keuze in dit stadium alsnog rechtvaardigt.

Het beroep van belanghebbende is derhalve ongegrond.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel