Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Lening is tbs-vordering

Belanghebbende is DGA. Zijn bv houdt indirect 80% van de aandelen B BV. Deze bv heeft een 30%-belang in C II BV. B BV draagt een deel van dit belang over aan belanghebbende en zijn twee kinderen. Zij dragen diezelfde dag dit belang over aan een andere bv. Deze bv blijft de koopprijs schuldig. De certificaten van aandelen in deze bv zijn in handen van een stichting.

 

Belanghebbende geeft de vordering op de bv aan in box 3. Hij stelt dat het belang in de bv bij de stichting ligt. De inspecteur vindt echter dat de lening een tbs-vordering is.

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de stichting alleen op papier certificaathouder is. Volgens de rechtbank kan de stichting geen praktische invulling geven aan haar certificaathouderschap. De stichting kan de certificaten door verschillende overeenkomsten met belanghebbende en zijn kinderen namelijk niet verkopen aan derden. Bovendien heeft de stichting geen certificaathouderrechten, zoals het recht om vergaderingen bij te wonen.

Belanghebbende en zijn kinderen zijn derhalve de feitelijke eigenaren van de certificaten in de stichting. Hierdoor heeft belanghebbende een aanmerkelijk belang in de bv, waardoor de lening een tbs-vordering is. De vergoedingen op de lening zijn daarom belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel