Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Vergoeding voor afzien van erfenis is belast met erfbelasting

Na het overlijden van erflater is onduidelijkheid ontstaan over de uitleg van zijn testament.

Tussen belanghebbenden – een halfzus en een halfbroer van erflater – en een stichting is een discussie ontstaan over de vraag wie de erfgename(n) van erflater is of zijn. Door de onduidelijke formulering in het testament is of de stichting de enige erfgenaam of zijn belanghebbenden en een tweede halfzus gezamenlijk en voor gelijke delen de erfgenamen.

 

Om deze discussie te beëindigen, hebben de stichting en belanghebbenden een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de stichting als enig erfgenaam is genoemd, de gehele erfenis ontvangt en belanghebbenden en de tweede halfzus elk een bedrag van de stichting ontvangen voor het afzien van de erfenis.

De inspecteur heeft het ontvangen bedrag bij belanghebbenden aangemerkt als erfrechtelijke verkrijgingen in de zin van artikel 1 lid 1 aanhef en onderdeel 1 Successiewet 1956.

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur gelijk heeft. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van dit oordeel naar twee arresten van de Hoge Raad (BNB 1954/179 en BNB 1970/120).

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel