Redelijkheid en billijkheid bij de terugkoopregeling van een Koopgarantwoning

Op 16 juni 2020 heeft Hof Den Bosch uitspraak gedaan of na terugverkoop met verlies van een Koopgarantwoning een beroep kan worden gedaan op wanprestatie dan wel op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ten aanzien van de terugkoopregeling.

Belanghebbende heeft in 2008 een Koopgarantwoning met 25% koperskorting voor
€ 127.500 (taxatiewaarde: € 170.000) van een woningcoöperatie gekocht. In de koopovereenkomst is een terugkoopregeling met winst- en/of verliesdeling opgenomen.

In 2014 heeft belanghebbende de woning voor € 114.500 (taxatiewaarde: € 143.000) terugverkocht. Dit bedrag is berekend volgens de in de koopovereenkomst vastgelegde terugkoopformule.

Belanghebbende heeft de woningcoöperatie aansprakelijk gesteld voor de geleden schade, waaronder een restschuld van € 13.000. Belanghebbende stelt onder andere dat de coöperatie in de nakoming van de koopovereenkomst toerekenbaar tekort is geschoten, dan wel dat de geleden schade op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid voor rekening van de coöperatie dient te komen.

Hof Den Bosch oordeelt dat de woningcoöperatie, gezien alle voorlichting over de terugkoopregeling en omdat van een koper mag worden verwacht dat deze zich voldoende laat voorlichten over de bepalingen in de overeenkomst, niet tekort is geschoten.

Het hof overweegt verder dat belanghebbende - ondanks de lagere taxatiewaarde - de verkoop van de woning heeft doorgezet. Van de totale waardedaling (€ 27.000) heeft belanghebbende slechts € 13.000 verlies geleden. Het beroep van de coöperatie op de overeengekomen terugkoopregeling is daarmee naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.