Revisierente terecht berekend over afkoopsom lijfrente

Op 14 februari 2017 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een procedure waarbij in geschil was of terecht revisierente in rekening is gebracht over de afkoopsom van een lijfrente (BK 1600162). In de zaak ging het om het volgende. Belanghebbende D heeft in 1996 een lijfrenteverzekering afgesloten en heeft ten aanzien van deze lijfrente in de periode 1996 – 2006 in totaal een bedrag van € 22.938,81 aan premies betaald en deze ook in mindering gebracht op zijn inkomen. Na expiratie van deze lijfrente in 2008 heeft D met het vrijgekomen lijfrentekapitaal een lijfrente gekocht. Vóór de einddatum van die lijfrente heeft D verzocht de lijfrente in één keer uit te keren. De afkoopsom bedroeg € 26.148. Over de afkoopwaarde is 20% revisierente berekend (€ 5.229).

D is in beroep gegaan bij de Rechtbank Gelderland. De rechtbank deed in deze zaak uitspraak op 19 januari 2016 (AWB 15/2930). D heeft hiertegen hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ingesteld. Het hof oordeelde in deze zaak als volgt. Met de regeling van de revisierente van artikel 30i AWR wordt beoogd op forfaitaire wijze het rentenadeel te compenseren dat de Staat lijdt als door de afkoop van een lijfrente niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan een in het verleden in aanmerking genomen aftrek van premies voor een lijfrenteverzekering. De revisierente wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer van de afgekochte lijfrenteaanspraak, die in het onderhavige geval gelijk zijn te stellen aan de afkoopsom van de lijfrente, en wordt daarmee berekend over zowel de afgetrokken premies als het behaalde rendement. Met het berekenen van de revisierente over niet alleen de premies maar ook het rendement wordt voorkomen dat D die de lijfrentepremie waarvoor premie-aftrek is genoten in een later stadium afkoopt, per saldo beter af zou zijn dan een belastingplichtige die van begin af aan zijn geld zou hebben belegd in een regulier spaarproduct. Het hof concludeert dat het hoger beroep ongegrond is. Het gelijk is dus aan de inspecteur.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel