Rijnvarende verzekerd?

Hof Den Haag acht een Rijnvarende onderworpen aan de Nederlandse sociale verzekeringen. Aangezien de Rijnvarende toestemming heeft gegeven het bezwaar aan te houden wordt deze periode niet meegewogen bij het vaststellen van het overschrijden van de redelijke termijn.

X, Rijnvarende, was van 2011 tot en met 31 augustus 2014 in loondienst bij een in Luxemburg gevestigde werkgever. Hij verrichtte zijn werkzaamheden op een binnenvaartschip. De SVB heeft een A1 verklaring afgegeven en de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing geacht. De A1 verklaring staat onherroepelijk vast.

In hoger beroep speelt de vraag of X in de jaren 2011 tot en met 2014 in Nederland verzekerd en premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen. Gelet op de op grond van de door de SVB gegeven A1 verklaring is dat volgens Hof Den Haag het geval. X betoogt tevergeefs dat voor het jaar 2014 rekening moet worden gehouden met op het loon ingehouden Luxemburgse sociale verzekeringspremies (zgn. cotisations sociales).

De Mededeling waar X op doelt geeft geen antwoord op de vraag of zoals in dit geval in Luxemburg ten onrechte ingehouden premies mogen worden verrekend met in Nederland terecht ingehouden premies. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn voorts niet geschonden, oordeelt het Hof. Geen rechtsregel verplicht de Belastingdienst om in alle gevallen waarin mogelijk sprake is van dubbele heffing met de voor Nederland bevoegde autoriteit contact op te nemen teneinde een zogenoemde regularisatieprocedure te doen starten.

Indien X een uitzondering op de aanwijsregels van de Rijnvarendenovereenkomst wenst, dient hij zelf een verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit in de lidstaat waarvan hij toepassing van de wetgeving wenst, in dit geval Luxemburg. De Belastingdienst heeft in de bezwaarfase voor de jaren 2011 en 2012 toestemming van X gekregen voor verlenging van de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar. De termijn die daarmee is gemoeid telt daarom bij de berekening van de overschrijding van de redelijke termijn niet mee. X heeft voor die jaren geen recht op vergoeding van immateriële schade.