Staken onderneming leidt niet tot verwijtbaar inkomensverlies

Hof Den Haag heeft op 9 oktober 2019 (publicatie 27 november 2019) uitspraak gedaan over het staken van de onderneming in het kader van de kinderalimentatie leidt tot een verwijtbaar inkomensverlies.

Partijen zijn gescheiden waarbij is bepaald dat de man vanaf november 2015 kinderalimentatie moet betalen. De man heeft zijn onderneming (een eigen uitzendbureau in de vorm van een eenmanszaak) in 2018 gestaakt en is vervolgens via een uitzendbureau in loondienst gaan werken.

 

De man wil gezien zijn gewijzigde inkomsenssituatie een verlaging van de kinderalimentatie. De vrouw voert aan dat de man verwijtbaar inkomensverlies heeft geleden door de activiteiten in zijn eenmanszaak te staken. De vrouw acht het inkomensverlies van de man bovendien voor herstel vatbaar.

Hof Den Haag overweegt dat uit de jaarrapporten een forse daling van de winst blijkt, omdat de grote opdrachtgever van de man niet met hem verder is gegaan. Volgens het hof is het in beginsel aan de ondernemer voorbehouden om te oordelen of het bedrijfseconomisch verantwoord is om de onderneming voort te zetten. De argumenten die de man naar voren heeft gebracht acht het hof een redelijk argument om de onderneming te staken. De keuze van de man om thans in loondienst te gaan werken acht het hof redelijk en verantwoord.

Het hof is dan ook van oordeel dat er niet sprake is van verwijtbaar inkomensverlies.