Stand van zaken loondoorbetaling bij ziekte

image_pdf

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft in een brief de Tweede Kamer toelichting op de aangekondigde maatregelen rondom de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. De maatregelen hebben betrekking op re-integratie tweede spoor, de premiestelling bij de verzuimverzekering en de aanvraag voor een vervroegde IVA-uitkering. Ook licht hij toe hoe hij gezamenlijk met de sociale partners verder werkt aan een invulling voor de maatregel rondom de vervroegde IVA-uitkering. Daarnaast is onderzocht hoe het instrument tweede spoor re-integratie in de praktijk wordt toegepast en welke problemen de betrokkenen daarbij tegenkomen.

Re-integratie eerste en tweede spoor

De werkgever is samen met de zieke werknemer verantwoordelijk voor de re-integratie van de zieke werknemer. In eerste instantie gaat het om werkhervatting in de oorspronkelijke functie of in een functie elders binnen het bedrijf (re-integratie eerste spoor). Alle werkgevers hebben de wettelijke verplichting zich in hun preventie- en verzuimbeleid te laten bijstaan door een bedrijfsarts of arbodienst. Als voor een zieke werknemer werkhervatting bij de huidige werkgever niet meer mogelijk is kan werkhervatting bij een andere werkgever plaatsvinden (re-integratie tweede spoor). Een werkgever heeft financieel belang bij een spoedige re-integratie van de werknemer.

Onderzoek

Het onderzoek naar de praktijk van de re-integratie tweede spoor geeft inzicht in de inzet van het instrument en de resultaten. Van de onderzochte werkgevers heeft ruim de helft (58%) de afgelopen 4 jaar te maken gehad met langdurig ziekteverzuim. Van deze werkgevers heeft een kwart een tweede spoortraject gestart. Van de tweede spoortrajecten leidt ruim een derde tot werkhervatting. Hiervan komt ongeveer de helft zelfs weer bij de oorspronkelijke werkgever terecht. Daaruit blijkt dat de betrokkenheid van de werkgever belangrijk is voor de terugkeer van een zieke werknemer naar werk en het voorkomen van instroom in de WIA.

Lasten voor werkgevers verlichten

De minister is zich bewust van een zware last die op de schouders van werkgevers rust. Daarom kijkt hij naar mogelijkheden om de lasten die werkgevers rond het tweede spoor ervaren te verlichten door werkgevers niet met overbodige prikkels op te zadelen.

Loonsanctie voorkomen

Een veelgehoord signaal is dat werkgevers re-integratie tweede spoor alleen inzetten om een loonsanctie te voorkomen. Verder blijkt uit het onderzoek dat grote werkgevers vaker te maken hebben met langdurig ziekteverzuim. Ook blijkt dat van de werkgevers die de afgelopen 4 jaar re-integratie tweede spoor zijn gestart, circa 15% wel eens is geconfronteerd met een loonsanctie. Kleine werkgevers hebben minder vaak te maken met langdurig ziekteverzuim en krijgen, als sprake is van langdurig verzuim, minder vaak een loonsanctie opgelegd. Als er een loonsanctie opgelegd wordt, ligt de reden daarvoor meestal niet bij het tweede spoor. De minister ziet vanwege de ervaren knelpunten aanleiding om binnen het stelsel verbeteringen aan te brengen en zo het draagvlak voor tweede spoor re-integratie te verbeteren.

Maatregelen

In zijn brief van 21 april 2016 kondigde Asscher aan dat:

  1. Het wel of niet inzetten van een tweede spoortraject de keuze van werkgever en werknemer wordt, op basis van het advies van de bedrijfsarts, en wordt vastgelegd in een plan van aanpak. Wordt het plan van aanpak gevolgd, dan kan dit niet leiden tot een loonsanctie.
  2. Ook de werkgever de mogelijkheid krijgt een vervroegde IVA-uitkering aan te vragen voor zijn zieke werknemer.
  3. De minister in gesprek gaat met verzekeraars over het gebrek aan transparantie en onverwachte fluctuaties in de premie van de verzuimverzekering.

Bij de invulling en vormgeving van de eerste twee maatregelen stuitte de bewindsman op een aantal aandachtspunten en bezwaren. Daarom heeft hij voor de maatregel tweede spoor voor een afwijkende invulling gekozen, waarmee hetzelfde doel wordt bereikt. Namelijk het tegengaan van onredelijke tweede spoortrajecten die alleen ingezet worden om een loonsanctie te voorkomen. Ook bij de uitwerking van de maatregel vervroegde IVA-uitkering bleek dat naar een alternatieve invulling gezocht moest worden. Het is nog niet gelukt om met een invulling te komen die op draagvlak van zowel werkgevers als werknemers kan rekenen.

Eigen risicodragers WGA

Omdat de eigenrisicodrager en zijn eventuele verzekeraar voldoende prikkels hebben om bij langdurige ziekte, de re-integratie te bespoedigen en instroom in de WGA te voorkomen, is de toetsende rol van Uwv niet nodig. De minister stelt daarom voor dat Uwv voor de eigenrisicodragers niet meer toetst op de re-integratieverplichtingen. Daarmee vervalt ook de mogelijkheid van Uwv om een loonsanctie aan de werkgever op te leggen.

Publiek verzekerden WGA

Voor publiek verzekerde werkgevers blijft een toetsende rol door Uwv nodig. Voor hen is de financiële prikkel om de instroom in de WGA te voorkomen minder groot. Asscher stelt daarom voor dat publiek verzekerde werkgevers tussentijds, rond de eerstejaarsevaluatie, het Uwv (tegen betaling) om advies kunnen vragen over de inzet van het tweede spoor. Als de werkgever dit advies opvolgt en de re-integratie verloopt conform dit advies, kan Uwv geen loonsanctie opleggen. Verloopt de re-integratie niet conform het advies, bijvoorbeeld omdat herstel achterwege blijft, kan de werkgever om een tweede advies vragen over de inzet van het tweede spoor. Uit gesprekken met sociale partners is gebleken dat ook zij het niet wenselijk vinden dat er werkgevers zijn die een tweede spoortraject inzetten alleen om een loonsanctie te voorkomen. De voorgestelde invulling kan vooralsnog niet op steun rekenen. De maatregelen voor eigenrisicodragers en publiek verzekerden werkt Asscher daarom uit in een wetswijziging die hij begin 2017 voorlegt ter internetconsultatie. Ondertussen blijft hij in gesprek met sociale partners over aanpassingen die het draagvlak van het voorstel verbeteren.

Wat is redelijk en wat niet?

Asscher is met Uwv en andere betrokkenen in gesprek over de werkwijze die zij hanteren bij de beoordeling door Uwv of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd. Bij deze beoordeling wordt ‘dat wat redelijkerwijs van de werkgever verwacht kan worden’ als uitgangspunt genomen. Werkgevers vinden de invulling van dit begrip in sommige gevallen niet duidelijk genoeg. Ik wil werkgevers meer duidelijkheid geven over wat redelijk is en wat niet.

Vervroegde IVA-aanvraag

De tweede maatregel die opgenomen is in de brief van 21 april 2016, geeft de werkgever de mogelijkheid om voor zijn zieke werknemer een vervroegde IVA-aanvraag te doen. Deze maatregel heeft als doel om situaties te voorkomen waarin de werkgever en werknemer met re-integratieverplichtingen te maken krijgen en de werkgever zware financiële lasten heeft, terwijl uit het advies van de bedrijfsarts of arbodienst blijkt dat de werknemer duurzaam geen functionele mogelijkheden heeft. In sommige gevallen is al eerder dan na 104 weken ziekte duidelijk dat een werknemer duurzaam geen functionele mogelijkheden meer heeft. Re-integratie is dus nu en in de toekomst niet aan de orde. Bij de uitwerking van de in april aangekondigde maatregel is Asscher echter op belangrijke bezwaren gestuit. Deze bezwaren liggen in het feit dat de WIA, waar de IVA deel van uitmaakt, een werknemersverzekering is. Overgaan van een systeem waarbij de werknemer vrijwillig een aanvraag kan doen naar een systeem waarbij de werkgever – zonder instemming van de werknemer – de regie voert over de aanvraag, verandert het karakter van de verzekering ingrijpend. Dit vindt Asscher onwenselijk en daarom heeft hij gezocht naar een alternatief waarbij er voldoende sturingsmogelijkheden voor de werkgever zijn, indien de werknemer niet over gaat tot een vervroegde IVA-aanvraag. Met sociale partners is hij daarom op zoek naar een gedragen invulling. Als het wetsvoorstel tweede spoor voor internetconsultatie voorligt zal hij ook de invulling voor deze maatregel presenteren.

Premiefluctuaties

De minister heeft een convenant verzuimverzekeringen gesloten met het Verbond van Verzekeraars. In het convenant zijn afspraken gemaakt over een transparante premiestelling en een transparant verzuimproduct. Hierdoor kunnen werkgevers bewuster voor een verzuimverzekering kiezen en zullen zij niet te maken krijgen met onverwachte premiefluctuaties.

Advies SER

De SER buigt zich momenteel over een advies over de arbeidsmarkt voor langdurig werklozen en een sluitend stelsel voor inkomenswaarborg tijdens ziekte. De SER heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor dit advies en verwacht dat het in het voorjaar van 2017 gereed is. De minister wacht het advies af.

Ellen van Waaijen
Over Ellen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, [...]

Bekijk profiel