Transactie met woning verkapt dividend?

Van een verkapt dividend aan een DGA is slechts sprake indien er een vermogensverschuiving van de bv naar de DGA is, waarbij de bv de DGA als zodanig heeft willen bevoordelen en waarvan de DGA zich bewust is geweest.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 september 2019 uitspraak gedaan of er door een transactie met een woning sprake is geweest van een verkapt dividend.

Casus

Belanghebbende is DGA. Zijn bv bezit in 2009 een 6%-belang in E BV. Deze bv heeft in 2005 een woning gekocht voor € 617.500. Ten tijde van deze transactie was de vader van belanghebbende voor 88% aandeelhouder van E BV. De vader is in 2008 overleden.

De woning is in 2006 gesloopt en op het perceel is, met het oog op bewoning door belanghebbende en diens gezin (vrouw en drie kinderen), een nieuwe woning gebouwd. Voor de sloop en herbouw van de nieuwe woning zijn verschillende vergunningen aangevraagd. In de aanvragen en de verleende vergunningen is belanghebbende als eigenaar van de woning vermeld. Met de sloop en realisatie van de woning was een bedrag van € 681.703 gemoeid. Op 13 november 2009 heeft E BV de woning op basis van een taxatie door een taxateur aan belanghebbende verkocht voor een bedrag van € 835.000.

 

In de aangifte vennootschapsbelasting 2009 heeft E BV een boekverlies opgevoerd ter grootte van € 430.967. Hof Arnhem-Leeuwarden (zie externe link) heeft op 6 december 2016 geoordeeld dat de uitgaven die zijn gemoeid geweest met sloop en nieuwbouw van de woning van in totaal € 681.703 uitsluitend zijn ingegeven door aandeelhouders-motieven en derhalve onzakelijk waren. Deze uitgaven zijn door E BV daarom ten onrechte op haar balans geactiveerd. Voor de vennootschapsbelasting heeft het hof daarom een onttrekking geconstateerd. Het hiertegen door E BV ingestelde beroep in cassatie is door de Hoge Raad verworpen (zie externe link).

Geschil

In geschil is of de kosten van sloop en nieuwbouw van de woning voor belanghebbende in 2009 belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang zijn. Volgens de inspecteur is er gezien de door het hof in de uitspraak van 6 december 2016 geconstateerde onttrekking geconstateerd sprake van een verkapt dividend voor een bedrag van € 430.967.

Overwegingen en oordeel Hof Arnhem-Leeuwarden

Hof Arnhem-Leeuwarden geeft aan dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat belanghebbende in 2009 als aandeelhouder een voordeel heeft genoten waarvan zowel hij als E BV zich bewust waren of hadden moeten zijn.

 

Het hof overweegt dat de inspecteur een correctie heeft gedaan van het door E BV in 2009 geclaimde boekverlies van € 430.967. Volgens het hof kan er gelet op de uitspraak van 6 december 2016 echter geen boekverlies bij E BV zijn ontstaan op de uitgaven zelf, aangezien deze uitgaven ten onrechte waren geactiveerd.

 

Het hof heeft in de uitspraak van 6 december 2016 verder tot uitdrukking gebracht dat E BV als eigenaar van de woning onzakelijke uitgaven heeft gedaan bij de sloop en nieuwbouw daarvan. Daarvan kan alleen sprake zijn indien en voor zover deze uitgaven niet leidden tot een even grootte waardevermeerdering van de woning. Een met de onzakelijke uitgaven corresponderend voordeel voor de aandeelhouder(s) is dan genoten in de jaren waarin ter bevrediging van zijn persoonlijke behoefte de bedoelde onverantwoorde investeringen in de woning zijn gedaan. Bij verkoop in 2009 komt een dergelijk voordeel immers juist niet tot uitdrukking. Overigens is de bij verkoop en levering van de woning aan belanghebbende berekende koopsom van

€ 835.000 – naar tussen partijen niet in geschil is – niet onzakelijk.

Het hof oordeelt dat de Inspecteur dan ook niet aannemelijk maakt dat sprake was van een uitdeling die overeenkomt met het bedoelde boekverlies.

 

Het hof overweegt verder dat delanghebbende heeft gesteld dat hijzelf niet heeft kunnen besluiten de bedoelde uitgaven van sloop en nieuwbouw niet te verhalen, maar dat uitsluitend de vader daartoe in staat was, omdat die in 2006 en 2007 immers een (middellijk) meerderheidsbelang van 88% had in E BV.

Het hof is van oordeel dat die stelling juist is. Uitsluitend de vader heeft kunnen besluiten, en heeft kennelijk besloten, in 2007 bij de aanvang van de huur van de woning door belanghebbende niet te bedingen de uitgaven ter zake van de sloop en nieuwbouw van de woning op belanghebbende te verhalen ten einde belanghebbende, als zijn zoon, daarmee door middel van een (materiële) schenking te bevoordelen. In het midden kan blijven of de uitdeling aan de vader voor 100% dan wel voor een lager percentage van de bedoelde uitgaven heeft plaatsgevonden. Het vorenstaande brengt immers met zich dat in 2009 geen uitdeling aan belanghebbende kan hebben plaatsgevonden.

 

Het hof oordeelt dat belanghebbende gelijk heeft. De transactie met de woning leidt in 2009 niet tot een verkapt dividend.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel