Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Tussenpersoon kan klant niet ‘dwingen’ tot service-contract

Een assurantietussenpersoon adviseert in, bemiddelt in en beheert schadeverzekeringen. Een klant heeft een opstalverzekering gesloten en wil deze aanpassen. De tussenpersoon geeft aan dat de wijze van dienstverlening is gewijzigd en dat de klant voortaan moet betalen voor advies en/of voor beheer. De klant gaat hier echter niet mee akkoord.

Een klant heeft contact opgenomen met de tussenpersoon.

De tussenpersoon heeft tijdens zijn bezoek aan de klant aangegeven dat ze voor advies kosten in rekening zullen brengen. Er moet een service-contract worden gesloten voor € 295 per jaar. Een adviesrelatie is niet verplicht, maar ook voor het beheer van bestaande verzekeringen wil de tussenpersoon kosten in rekening brengen.

De klant geeft aan geen service-contract met de tussenpersoon te willen aangaan.

De tussenpersoon stuurt daarop een e-mail naar de klant, waarin hij bevestigt dat de klant geen service-contract afsluit. Hij geeft daarop aan de bestaande polis ook niet aan te passen en de klant bij eventuele schade niet te zullen bijstaan.
Maar er zullen wel kosten voor “administratie en agentschappen” in rekening gebracht worden bij de klant, als deze niet binnen een maand zijn verzekering bij een ander assurantiekantoor onderbrengt. Deze beheerkosten bedragen € 180 per jaar.

De klant reageert niet op deze e-mail. Hij onderneemt ook geen actie, waardoor de opstalverzekering gewoon blijft doorlopen. Een half jaar later, stuurt de tussenpersoon een aanmaning van € 180 voor de niet-voldane beheerkosten. De klant reageert hier nog steeds niet op en de tussenpersoon heeft na twee aanmaningen een deurwaarder verzocht de vordering te incasseren.

De klant geeft aan van mening te zijn dat hij de vordering niet hoeft te betalen. Hij voert hiervoor verschillende redenen aan:

- De opstalpremie is € 160 per jaar. De beheerkosten van € 180 zijn dus buitensporig.

- De tussenpersoon heeft al provisie ontvangen voor de afgesloten opstalverzekering, zodat hiervoor geen administratiekosten betaald hoeven te worden.

- De klant heeft een contract met de tussenpersoon dat niet tussentijds kan worden gewijzigd.

- De klant heeft de e-mail nooit ontvangen, zo stelt hij. Bovendien heeft hij ook niets bevestigd van een nieuwe overeenkomst.

De tussenpersoon verweert zich door te stellen dat uit een eerdere uitspraak van de Rechtbank in Utrecht blijkt dat hij wel degelijk administratiekosten in rekening mag brengen voor lopende verzekeringen naast eerder ontvangen provisie. De klant moet dan wel de tijd worden gegeven om over te stappen naar een andere tussenpersoon. Die tijd heeft de klant gehad, maar hij heeft er geen gebruik van gemaakt.

De Geschillencommissie van het Kifid geeft aan dat de tussenpersoon niet kan bewijzen dat de klant akkoord is gegaan met de wijziging van de overeenkomst. Het feit dat er een e-mail is verstuurd of zou zijn, is geen bewijs dat de klant akkoord is met de wijziging. Het Kifid wijst de tussenpersoon er bovendien op dat de uitspraak van de Rechtbank inhield dat de overeenkomst mag worden ontbonden wanneer de klant niet akkoord gaat met de gewijzigde overeenkomst. Dat wil dus niet zeggen dat de klant moet betalen als hij niet reageert, maar dat de tussenpersoon de relatie had moeten beëindigen.

Het gelijk is aan de klant.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships