Tussenpersoon moet betalen voor geleden schade na ondeugdelijk hersteladvies

Dit bericht betreft een samenvatting van een behandeling van een klacht door het Kifid.

In 2015 heeft een consument een klacht ingediend tegen een tussenpersoon over hersteladvisering naar aanleiding van een in 2005 gesloten beleggingsverzekering (Swiss Life Beleg-Spaarplan). De verzekering kwam tot stand door bemiddeling van de tussenpersoon. De verzekering was gesloten ter gedeeltelijke aflossing van een hypothecaire geldlening die de consument bij een andere financieel dienstverlener had afgesloten.

 

De verzekeraar heeft de consument in 2013 en 2014 meerdere malen erover geïnformeerd dat de verzekering mogelijk minder zal opleveren dan bij aanvang aan de consument is voorgerekend en hem daarbij gewezen op de mogelijkheden om de verzekering aan te passen of over te stappen naar een ander product. De verzekeraar heeft de consument medegedeeld dat de tussenpersoon hem kan helpen bij zijn keuze. In 2014 heeft in het kader van een eventuele aanpassing van de verzekering een aantal keren contact plaatsgevonden tussen de consument en de tussenpersoon, waaronder een gesprek op het kantoor van de tussenpersoon. Deze tussenpersoon heeft vervolgens voor de consument de mogelijkheid van herziening van de overlijdensrisicodekking uitgewerkt. Omstreeks eind 2016/begin 2017 heeft de verzekeraar op verzoek van de consument de overlijdensrisicodekking van de verzekering uiteindelijk verlaagd. De consument heeft per 1 mei 2018 de verzekering via het Loket Hersteladvies Beleggingsverzekeringen van het Verbond van Verzekeraars omgezet in een Reaal Vermogensverzekering.

De consument heeft zich erover beklaagd dat de tussenpersoon in strijd met de op hem tegenover de consument rustende zorgplicht en mededelingsplichten heeft geweigerd zorg te dragen voor een deugdelijk en gratis AFM- en Wft-conform hersteladvies. Daarnaast verwijt de consument de tussenpersoon dat hij heeft verzuimd de verzekering uiterlijk per 1 januari 2013 om te (doen) zetten in een Reaal Vermogensverzekering. De consument stelt dat hij ten gevolge van voornoemd handelen van de tussenpersoon nadeel ondervindt.

 

De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening heeft beoordeeld of het door de tussenpersoon verstrekte hersteladvies voldoet aan de daaraan in de gegeven omstandigheden te stellen eisen en, zo niet, welke consequenties daaraan verbonden moeten worden.

 

De geschillencommissie heeft in deze zaak geoordeeld dat de tussenpersoon niet heeft voldaan aan hetgeen ter zake van het hersteladvies van hem mocht worden verwacht. Daarnaast is de commissie van oordeel dat de tussenpersoon toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen door de consument ten tijde van het uitbrengen van zijn hersteladvies niet te wijzen op het door de consument in zijn klacht aan de orde gestelde nieuwe verzekeringsproduct. De hierdoor door consument geleden schade wordt begroot op € 8.000, waarvan in verband met een eigen schuldcorrectie 50% voor vergoeding door de tussenpersoon in aanmerking komt. De vordering is derhalve gedeeltelijk toegewezen.

 

De geschillencommissie heeft op 12 maart 2019 uitspraak (bindend advies) gedaan in deze zaak (nr. 2019-180).

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel