Tussenrapportage Algemeen Pensioenfonds

Op 4 februari jl. heeft minister Koolmees van SZW een tussenrapportage met betrekking tot de oprichting en inrichting van algemeen pensioenfondsen. Daarbij is aandacht besteed aan zaken als de gekozen bestuursmodellen en het aantal collectiviteitskringen.

 

Ook wordt een beeld geschetst van de omvang van algemeen pensioenfondsen ten opzichte van de gehele pensioensector en van het marktaandeel van algemeen pensioenfondsen in hele pensioensector.

 

Tot slot komen de uitvoeringskosten aan bod.

Aantal algemeen pensioenfondsen

Op de peildatum (31 december 2018) waren 7 algemeen pensioenfondsen geregistreerd in het register pensioenfondsen, die alle in 2016 een vergunning hadden ontvangen. Op dit moment zijn er nog 6 algemeen pensioenfondsen over.

 

Gekozen Bestuursmodel

Vijf van de zes algemeen pensioenfondsen hebben gekozen voor een onafhankelijk bestuursmodel dat volledig bestaat uit 3 tot 5 externe professionele bestuurders. Werkgever, werknemers en pensioengerechtigden zijn dus niet vertegenwoordigd in het onafhankelijk bestuur.

 

Eén algemeen pensioenfonds (APF) heeft een omgekeerd gemengd bestuursmodel, waarbij (vertegenwoordigers van) werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden wel deel uitmaken van het 11-koppig niet-uitvoerend bestuur.

 

Ter vergelijking, in de gehele pensioenfondssector wordt het paritaire bestuursmodel nog het meest gehanteerd.

 

Collectiviteitskringen

Het aantal collectiviteitskringen per APF verschilt met enerzijds de marktstrategie van het APF en anderzijds met het aantal keer dat inkomende collectieve waardeoverdrachten naar een APF heeft plaatsgevonden. De meeste collectieve waardeoverdrachten hebben plaatsgevonden naar collectiviteitskringen die voor één aangesloten werkgever worden aangehouden.

 

Marktaandeel

Het marktaandeel van algemeen pensioenfondsen in de gehele pensioensector, uitgedrukt in premiebaten is van 0,0% in 2016 weliswaar gegroeid naar 0,6% in 2018, maar vertegenwoordigt een slechts een klein deel van de pensioensector. Het beheerd vermogen bedraagt minder dan 1% van het totale beheerde vermogen in de pensioenfondssector.

 

Verder blijkt dat vooral het aantal ondernemingspensioenfondsen de laatste jaren is afgenomen. Collectieve waardeoverdracht vanuit deze pensioenfondsen heeft met name plaatsgevonden naar algemeen pensioenfondsen en bedrijfstakpensioenfondsen.

 

Uitvoeringskosten

Ten aanzien van de uitvoeringskosten is geen geaggregeerd algemeen beeld te geven. Per collectiviteitskring kunnen de kosten verschillen. De Nederlandsche Bank (DNB) geeft aan dat de kostenbesparing van de overgang naar een APF beperkt is. In de komende evaluatie van de Wet Algemeen pensioenfonds zal uitgebreider aandacht worden besteed aan de uitvoeringskosten.