Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Uitspraken Tuchtcommissie Banken

Sinds 1 april 2015 moeten bankmedewerkers de Bankierseed afleggen. Deze Bankierseed is meer dan alleen een morele verklaring. Wanneer de Bankierseed wordt overschreden, kan de Tuchtcommissie sancties opleggen. Op 10 maart 2017 heeft de Tuchtcommissie twee uitspraken gepubliceerd, die duidelijk maken dat de gevolgen van het overtreden van de Bankierseed groot kunnen zijn. 

Voor adviseurs die niet bij banken werken is het belangrijk te weten wat de gevolgen zijn wanneer de Bankierseed is overtreden. Zij kunnen hun relaties hierover informeren.

Het Tuchtrecht Banken geldt alleen voor bankmedewerkers. Alle bankmedewerkers die de eed of gelofte (de Bankierseed) afleggen, zijn automatisch gebonden aan een gedragscode. Het afleggen van de Bankierseed is verplicht, waardoor iedere bankmedewerker automatisch onder het tuchtrecht valt. In de gedragscode staan de volgende acht regels: 

  1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig.
  2. De bankmedewerker maakt een zorgvuldige afweging van belangen.
  3. De bankmedewerker stelt de belangen van de klant centraal.
  4. De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden.
  5. De bankmedewerker houdt vertrouwelijke informatie geheim.
  6. De bankmedewerker maakt geen misbruik van zijn kennis.
  7. De bankmedewerker is open en eerlijk over zijn of haar gedrag en kent zijn of haar verantwoordelijkheid voor de samenleving.
  8. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank. 

Wanneer een consument meent dat een bankmedewerker een of meer van deze regels heeft overtreden, kan hij bij de Stichting Tuchtrecht een klacht indienen. Maar ook de werkgever zelf is verplicht melding te doen van gedragingen van eigen medewerkers die indruisen tegen de gedragscode. Dat is in deze zaken dan ook gebeurd. 

Zaak 1: Belangenverstrengeling (uitspraak 3508)

De casus
Een bankmedewerker heeft een zakelijke relatie met een klant. De bankmedewerker wil zijn privéwoning verbouwen. Hij besluit voor een lening geen geld van de bank zelf te lenen, maar van zijn klant. Het gaat om € 75.000. Hij zet daarbij zijn klant onder tijdsdruk, door de klant herhaaldelijk via SMS te verzoeken om dit bedrag over te maken naar de notaris. De bankmedewerker verzoekt vervolgens een collega om de opdracht uit te voeren. Die collega stelt dat dit niet zomaar kan. De overboeking lukt dan ook niet.

Deze zaak wordt intern onderzocht, nadat deze aan het licht kwam. Daarop is de bankmedewerker op staande voet ontslagen. Bovendien heeft de bank een klacht ingediend tegen de (inmiddels ex-) medewerker bij de Stichting Tuchtrecht.

De bankmedewerker verdedigt zich door te stellen dat de klant van wie hij geld wilde lenen, geen nadeel heeft ondervonden. Enerzijds niet omdat de lening al helemaal niet is doorgegaan, maar ook omdat de lening, als die wel was doorgegaan, een goede investering was voor deze klant. De lening was volgens hem onder zakelijke condities afgesproken. 

De uitspraak
De Tuchtcommissie oordeelt anders. De bankmedewerker heeft zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Daarmee heeft hij regels 1, 3 en 4 van de Bankierseed geschonden. Als bankmedewerker met een zeer lange staat van dienst (29 jaar) had hij beter moeten weten. Bij het afleggen van de bankierseed is hij door de bank expliciet gewezen op de inhoud van de geldende regels.

Hoewel de bank een geldboete had geëist van € 1.500, meent de Tuchtcommissie dat dit onvoldoende recht zou doen aan de ernst van de vergrijpen. De straf is dat de medewerkers een jaar lang niet werkzaam mag zijn in de bancaire sector.

Zaak 2: Klantgegevens inzien (uitspraak 3540)

De casus
Een bankmedewerkster heeft frequent zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens bekeken van cliënten van de bank. Het ging daarbij om rekeninggegevens van de ex-vrouw van huidige partner van de bankmedewerkster, de huidige partner van die ex-partner en haar minderjarige stiefzoon. Ook heeft zij rekeninggegevens bekeken van anderen, zoals familieleden, kennissen en buren.

Ze heeft bovendien informatie over enkele van deze klanten gedeeld met haar huidige partner (geen medewerker van de bank).

Toen deze gedragingen aan het licht kwamen, is ze ontslagen. De bank heeft het haar extra aangerekend dat ze een leidinggevende positie had en daarmee een voorbeeldfunctie hoort te vervullen. Bovendien had zij zelf haar bankzaken verplaatst naar een andere bank, opdat collega’s haar privégegevens niet konden inzien. Zij moet zich dus bewust zijn geweest van de ongewenstheid van haar gedrag.

De medewerkster verweert zich nog door te stellen dat ze enerzijds handelde omdat ze zich zorgen maakte over haar stiefzoon. Anderzijds beweerde ze dat het inzien van de andere klantgegevens wel een zakelijk doel diende, namelijk het genereren van leads voor haar medewerkers.

Deze verdediging hield echter geen stand bij de bank en ook niet bij de Tuchtcommissie, waar de bank een klacht tegen haar indient. 

De uitspraak
De Tuchtcommissie rekent haar zwaar aan dat ze, ook nadat haar eigen partner had aangegeven dat ze moest stoppen met het inzien van privacygevoelige gegevens van derden, toch volhardde in dit gedrag. Haar verdediging werkt ook niet in haar voordeel. Hoewel de bank voorstelt haar een boete op te leggen van € 500, ziet de Tuchtcommissie haar gedragingen als een dermate grove schending van het vertrouwen dat consumenten in bankmedewerkers moeten kunnen hebben, dat ze zes maanden niet in de bancaire sector werkzaam mag zijn.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships