Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Uitzendkrachten uit de doelgroep tellen, voor Wet Banenafspraak, mee bij de quotumregeling

Op 28 maart 2017 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het besluit tot wijziging van de berekeningswijze van het quotumtekort en -heffing (Wet Banenafspraak) genomen. Dit was mede op verzoek van de sociale partners, de Sociale Werkbedrijven (sw-bedrijven) en de Tweede Kamer.

Uit het Besluit blijkt dat de verloonde uren van werknemers met een arbeidsbeperking (behorende tot de doelgroep Wet Banenafspraak) die als uitzendkracht werkzaam zijn bij de werkgever, meegerekend mogen worden bij een eventuele berekening van een quotumtekort en –heffing. Deze aanpassing van de Quotumregeling wordt per 1 juli 2017 van kracht. 

Verloonde uren van uitzendkrachten met een arbeidsbeperking tellen mee
Van de bijna 72.000 banen voor mensen uit de doelgroep blijkt dat bijna de helft niet via tijdelijke of vaste dienstverbanden maar via inleenverbanden werken. Bij 33.600 van deze inleenverbanden,  is sprake van detachering vanuit de sociale werkvoorziening. Inleenverbanden zijn dus een belangrijk middel voor werkgevers om invulling te geven aan de eventuele quotumregeling. Maar bij  de berekening van een quotumtekort en -heffing worden de verloonde uren van deze uitzendkrachten niet meegenomen. Omdat de overheid de participatie van mensen met een arbeidsbeperking op de arbeidsmarkt van groot belang acht, geeft dit Besluit werkgevers de mogelijkheid om de verloonde uren van uitzendkrachten met een arbeidsbeperking, die behoren tot de doelgroep Wet Banen afspraak, mee te laten tellen bij het berekenen van het quotumtekort en de eventuele quotumheffing. Op die manier wordt het voor werkgevers makkelijker én aantrekkelijker om ook via uitzendbureaus, uitleenbureaus, banenpools, payroll-bedrijven en/of  sw-bedrijven, de werknemers met een arbeidsbeperking aan te nemen en  neemt het risico van een quotumheffing af. 

De Quotumregeling
Als werkgevers in enig jaar op macroniveau het aantallen afgesproken banen van de banenafspraak niet realiseren, kan er over dat jaar een quotumheffing komen. Ieder jaar opnieuw wordt vastgesteld of het gestelde quotum op macroniveau is behaald en of er al dan niet moet worden overgegaan tot een quotumheffing op micro-niveau (ondernemingsniveau). Voor de berekening van de quotumheffing wordt gebruik gemaakt van de volgende formule:

Formule quotumheffing voor werkgevers =        (A * B) – C  
                                                                                 D

  • A = De totaal verloonde uren bij de werkgever in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld (= het aantal uren van alle werknemers bij de werkgever).
  • B = Het quotumpercentage dat in het betreffende jaar van toepassing is
  • C = Het aantal verloonde uren dat wordt ingevuld door mensen met een arbeidsbeperking uit de doelgroep in het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld.
  • D = De gemiddelde omvang van een dienstverband van een werknemer met arbeidsbeperkingen. 

    De uitkomst van de berekening wordt met € 5.000 vermenigvuldigd om het bedrag van de quotumheffing te bepalen. Indien het quotumtekort kleiner of gelijk is aan nul, is de werkgever geen quotumheffing verschuldigd.

    Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

    Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

    Meer premium artikelen lezen?
    Word dan Member!

    Bekijk de Memberships