UWV veroordeeld tot betaling (pensioen)schadevergoeding

Als het Uwv direct een rechtmatig besluit had genomen, dan had appellante geen pensioenschade geleden (Centrale raad van Beroep, 8 februari 2017).

Wat was er aan de hand?
Bij besluit van 11 november 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante met ingang van 1 augustus 2006 niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de WW. Op 26 november 2009 is een aanvullend besluit genomen over de WW-uitkering van appellante in 2008.

Het bezwaar van appellante tegen genoemde bezwaren is ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam is eveneens van oordeel dat het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond is. Appellante heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Naar aanleiding van een tussenvonnis heeft het Uwv op 21 februari 2013 alsnog de bezwaren van appellante tegen genoemde besluiten gegrond verklaard en appellante een WW-uitkering toegekend en de wettelijke rente over de nabetalingen vergoed.

Bij brief van 7 oktober 2013 heeft appellante het Uwv verzocht om schadevergoeding omdat zij door de onrechtmatig gebleken besluiten van het Uwv geen gebruik heeft kunnen maken van de voorziening tot voortzetting van de pensioenopbouw. Door toedoen van het Uwv heeft er tijdens de WW-uitkeringsperiode geen premieafdracht plaatsgevonden door de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (Stichting FVP) aan het pensioenfonds Zorg & Welzijn. Appellante kan hier ook geen aanspraak meer op maken omdat vanaf 1 januari 2011 deze premiebijdrage niet meer wordt verleend.

Het Uwv heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Gesteld wordt dat er geen ruimte is voor zelfstandige vergoeding van de door appellante gestelde pensioenschade omdat door het Uwv reeds wettelijke rente is vergoed over de alsnog toegekende WW-uitkeringen.

In hoger beroep heeft appellante haar standpunt gehandhaafd dat haar schade een gevolg is van een onrechtmatig besluit en dat haar schade niet het gevolg is van een vertraagde betaling van de WW-uitkering. Indien het Uwv in 2009 een rechtmatig besluit jegens appellante had genomen, zou de schade niet zijn ontstaan. Dat met terugwerkende kracht aan appellante een WW-uitkering is verstrekt en dat dit is geschied in de vorm van een geldsom en dat het Uwv hierover wettelijke rente heeft vergoed, doet hier niet aan af.

Volgens de Centrale Raad wordt voldaan aan zowel de materiële connexiteit als de processuele connexiteit, omdat appellante aan haar verzoek om schadevergoeding de gestelde onrechtmatigheid van het besluit van 11 november 2009 ten grondslag heeft gelegd, waarin de uitkeringspositie van appellante onjuist is vastgesteld én er is een causaal verband tussen de schade en het onrechtmatige besluit. Had het Uwv direct de juiste beslissing genomen, dan zou het FVP premies hebben voldaan aan het pensioenfonds en had appellante geen schade geleden.

De Centrale Raad oordeelt dan ook op grond van het bovenstaande dat het Uwv de geleden pensioenschade dient te vergoeden. Dat appellante de schade niet heeft beperkt door niet te opteren voor het vrijwillig voortzetten, doet hieraan niet af.

Commentaar Het doorlopen van de voorgeschreven bestuursrechtelijke procedure kan derhalve betekenen dat er door tijdsverloop alsnog schade ontstaat, wanneer geoordeeld wordt dat het beroep gegrond is. Dit kan leiden tot “gevolgschade” en komt in casu terecht voor rekening van het Uwv. ECLI:NL:CRVB:2017:466

Mirjam Koenes
Over Mirjam

[...]

Bekijk profiel