V&A 20-003 Aanpassen ODV-uitkeringsperiode i.v.m. temporisering verhoging AOW-leeftijd

Op grond van artikel 38p, lid 2 Wet LB 1964 geldt:

  • Dat de ODV-uitkeringen op zijn vroegst 5 jaar vóór het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan uiterlijk 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd moete ingaan
  • Dat voor elk (gedeelte van een) jaar dat de eerste ODV-uitkering eerder dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd ingaat, wordt de uitkeringsperiode van 20 jaar dienovereenkomstig vermeerderd de periode vanaf het tijdstip van ingang van de eerste termijn tot de geldende AOW-leeftijd
  • Dat voor elk (gedeelte van een) jaar dat de eerste ODV-uitkering later ingaat dan twee maanden na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, de uitkeringsperiode van 20 jaar dienovereenkomstig wordt verminderd met de periode vanaf de geldende AOW-leeftijd tot de ingang van de eerste termijn ODV-uitkering

 

Als gevolg van de invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd, is de AOW-leeftijd gewijzigd volgens onderstaand schema.

 

Geboortedatum

jaar

AOW-leeftijd nieuw

AOW-leeftijd oud

Na 31 maart 1952 
en voor 1 januari 1953

2018

66

66

Na 31 december 1952 
en voor 1 september 1953

2019

66 + 4 maanden

66 + 4 maanden

Na 31 augustus 1953 
en voor 1 september 1954

2020

66 + 4 maanden

66 + 8 maanden

Na 31 augustus 1954 
en voor 1 september 1955

2021

66 + 4 maanden

67

Na 31 augustus 1955 
en voor 1 juni 1956

2022

66 + 7 maanden

67 + 3 maanden

Na 31 mei 1956
en voor 1 maart 1957

2023

66 + 10 maanden

67 + 3 maanden

Na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

2024

67

67 + 3 maanden

 

Uit het overzicht blijkt dat als gevolg van de invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd, sinds 2020 de AOW-leeftijd is verlaagd. Hierdoor verandert voor degenen geboren na 31 augustus 1953 in beginsel ook de resterende looptijd en de einddatum van de ODV-uitkeringen.

De vraag is dan of de looptijd en de daaraan inherente ODV-uitkeringen kunnen of moeten worden aangepast.

 

Het CAP geeft aan dat de resterende uitkeringsperiode niet verplicht aangepast hoeft te worden. Alles kan dus zo blijven als het was. Het is echter ook mogelijk de resterende uitkeringsperiode aan te passen en de daaruit voortvloeiende ODV-uitkeringen te herrekenen.

 

Als wordt gekozen voor aanpassing van de resterende uitkeringsperiode aan de verlaagde AOW-leeftijd, dan gelden de volgende aandachtspunten:

  • Aanpassing kan zowel gedurende het ODV-uitkeringsjaar als op de uitkeringsverjaardag plaatsvinden
  • Bij aanpassing moeten de lopende ODV-uitkeringen direct worden herrekend
  • De uitkeringsverjaardag verandert niet en de rentebijschrijving vindt uitsluitend op de uitkeringsverjaardag plaats
  • Bij aanpassing mag de aangepaste resterende ODV-uitkeringsperiode (alsnog) naar keuze worden afgerond op hele maanden of jaren overeenkomstig V&A 17-029

Het CAP verduidelijkt de aanpassingsmogelijkheid met een tweetal voorbeelden.