Valt het werkgeversdeel pensioenpremie onder het vakantieloon?

Tijdens het dienstverband kunnen bovenwettelijke vakantiedagen worden afgekocht.[1] Bij het einde van het dienstverband heeft de werknemer indien er nog een aanspraak op vakantiedagen bestaat op grond van artikel 7:641 lid 1 BW in beginsel recht op een uitkering tot een bedrag van het loon over het tijdvak overeenkomend met de aanspraak.[2] Het is vaste jurisprudentie dat het loonbegrip van artikel 7:641 lid 1 BW een ruim loonbegrip is, hetgeen betekent dat daarin alle loonbestanddelen zijn begrepen die de werknemer zou hebben genoten als hij de vakantiedagen in vrije tijd zou hebben genoten onder doorbetaling van het loon. Valt onder dit ruime loonbegrip tevens het werkgeversdeel pensioenpremie?

Wat was er aan de hand?
De zaak waarin de kantonrechter op 25 april 2018 vonnis heeft gewezen, betrof een geschil tussen werkgever EBN B.V. (hierna: EBN) en diens voormalig werknemer. De werknemer was op 28 april 2015 arbeidsongeschikt geraakt. In 2017 hebben partijen overleg gehad over beëindiging van arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst. Bij e-mail van mei 2017 heeft de werknemer bezwaar gemaakt tegen het door EBN in het kader van de mogelijke eindafrekening gehanteerde vakantieloon en transitievergoeding. Een regeling tussen partijen is niet tot stand gekomen. EBN heeft vervolgens wegens de langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer, aan het UWV verzocht om toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen. Het UWV heeft deze toestemming verleend, waarna EBN de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. In het kader van de opzegging heeft EBN bij brief een specificatie van de eindafrekening verzonden. De werknemer vordert op basis van voornoemde eindafrekening onder andere, wegens het ontbreken van het betalen van het werkgeversdeel pensioenpremie over de reeds uitbetaalde vakantiedagen (wettelijk en bovenwettelijk) aan einde dienstverband en de reeds tijdens het dienstverband uitbetaalde bovenwettelijke vakantiedagen en achterstallig vakantieloon. De vraag die in de onderhavige zaak centraal staat is of bij de vaststelling van het vakantieloon tevens rekening gehouden dient te worden met het werkgeversdeel pensioenpremie.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter is van oordeel dat hoewel bij de uitbetaling van vakantiedagen een ruim loonbegrip gehanteerd dient te worden, de pensioenpremie strikt genomen geen loon is dat door de werkgever aan de werknemer wordt voldaan ter zake van bedongen arbeid. De kantonrechter draagt als reden voor deze constatering aan dat het werkgeversdeel pensioenpremie een vergoeding is aan een derde, de pensioenuitvoerder en niet direct aan de werknemer zelf. De kantonrechter vervolgt haar uitspraak met de vaststelling dat de verschuldigde werkgeversdeel pensioenpremie een aanspraak is die samenhangt met de arbeidsovereenkomst. Het feit dat er een arbeidsovereenkomst met de werknemer bestond gedurende het dienstverband is immers steeds de reden geweest dat de werkgever pensioenpremie moest afdragen.

Dat de verschuldigde werkgeversdeel pensioenpremie weliswaar niet is aan te merken als loon in de zin van artikel 7:641 lid 1BW, maar wel een aanspraak die samenhangt met de arbeidsovereenkomst kan volgens de volgens de kantonrechter, onder verwijzing naar het arrest Williams/British Airways van het Europees Hof van Justitie niet uitsluiten dat bij de bepaling van het vakantieloon rekening moet worden gehouden met de pensioenpremie die de werkgever over de vakantiedagen had moeten afdragen als de werknemer de vakantiedagen tijdens het dienstverband zou hebben opgenomen.[3] Een werknemer mag immers niet in een nadeligere positie raken als de situatie wordt vergeleken tussen uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen en het daadwerkelijk opnemen daarvan. De werknemer heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat het achterwege laten van de betaling van het werkgeversdeel pensioenpremie bij de uitbetaalde vergoeding voor de niet genoten vakantiedagen gevolg heeft gehad voor de berekening en de opbouw van zijn pensioen. Dit leidt er toe dat in de onderhavige zaak evenwel niet kan worden bewezen dat werknemer bij uitbetaling van niet genoten vakantiedagen zonder dat daarbij het werkgeversdeel van de pensioenpremie is betrokken, in een nadeliger positie is komen te verkeren dan bij het opnemen van die vakantiedagen.

Conclusie
Concluderend kan worden vastgesteld dat voor de werkgever een verplichting tot het betalen van het werkgeversdeel pensioenpremie bij uitbetaling van de niet genoten vakantiedagen bestaat, indien het achterwege laten van voornoemde actie tot de slotsom leidt dat de werknemer in een nadeliger positie komt te verkeren dan bij het opnemen van die vakantie.

Rechtbank Midden-Nederland, 25 april 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1888

 

[1]Art. 7:640 lid 2 BW.

[2] Dit geldt zowel voor wettelijk als bovenwettelijk toegekende vakantiedagen.

[3] HvJ EU 15 september 2011 , C-155/10, ECLI: EU:C: 2011: 588 (Williams/ British Airways).

Linda Evers
Over Linda

Mr. Linda Evers MPLA is sinds 2004 werkzaam als advocaat bij Gommer & Partners, daarvoor was zij werkzaam bij diverse verzekeraars en pensioenfondsen als pensioenjurist. Zij is lid van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen, treedt regelmatig op als docent en publiceert in [...]

Bekijk profiel