Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Vaststelling tijdstip af te storten pensioen en rentevergoeding

Partijen hebben samen met hun financieel adviseurs overeenstemming bereikt over de waardering van het aandeel van de vrouw in de gezamenlijke pensioenrechten. Deze waarde bedraagt per 1 oktober 2018 een bedrag van € 490.000. Partijen zijn ook overeengekomen op welke wijze afstorting van dit bedrag zal plaatsvinden. Het pensioen in eigen beheer zal, conform de gemaakte afspraken,  eerst wordt omgezet in een oudedagsverplichting. Daarna zal tot afstorting van het pensioen worden overgegaan.

 

In geschil is wanneer de afstorting moet plaatsvinden en of er rente verschuldigd is over de periode tot de afstorting.

De Rechtbank Den Haag beslist dat het geien de feiten en omstandigheden redelijk is dat de man uiterlijk zes maanden na de beschikkingsdatum op 15 september 2019 overgaat tot afstorting van het pensioen van de vrouw. Hierdoor heeft hij voldoende tijd om voor voldoende liquiditeiten te zorgen. Bovendien kan niet van de man worden verwacht dat hij direct zal afstorten, zeker gezien het feit dat de man voldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat hij op korte termijn niet in staat is voor de nodige liquiditeiten te zorgen.

 

Voor wat betreft de rentvergoeding acht de rechtbank het redelijk dat de man met ingang van 1 oktober 2018 tot 15 september 2019 een rente over € 490.000 verschuldigd zal zijn, gelijk aan de wettelijke rente van thans 2% per jaar, als vergoeding voor het door de vrouw misgelopen rendement.

Mocht de man op 15 september niet geheel aan zijn afstortingsverplichting hebben voldaan, moet naast voornoemde rente van 2% per jaar, voor zover op dat moment niet aan de afstortingsverplichting is voldaan, over het nog af te storten bedrag ook de wettelijke rente worden vergoed.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships