Verdeling van huwelijksgemeenschap of niet

Gerechtshof Amsterdam oordeelt over een vordering tot verdeling dat een huwelijksgoederengemeenschap al tientallen jaren eerder verdeeld is geweest.

Man en vrouw zijn gehuwd geweest. De overleden ouders van een man hadden een perceel in eigendom. Na inschrijving van een akte van scheiding en deling medio 1998 krijgt de man een perceel in eigendom.

In 2017 vordert de ex-partner verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap waaronder het betreffende perceel. Er is ook discussie of sprake is geweest van een schijnhuwelijk . De man is twee maanden na de scheiding en deling in 1998 met een ander getrouwd. Ook heeft de vrouw zelf onroerend goed.

De rechter vindt het daarom onaannemelijk dat niet al in 1998 definitieve verdelingsafspraken zijn gemaakt en die verdeling heeft plaats gevonden. Ook het tijdsverloop pleit niet in haar voordeel. Zo blijkt ook uit deze uitspraak maar weer dat het niet verstandig is om zaken op zijn beloop te laten. Door het tijdsverloop wordt de bewijslast steeds zwaarder.

Een andere oplossing is natuurlijk om de afspraken heel helder vast te laten leggen. Ex-partners kunnen dus best een deel van de huwelijksgoederengemeenschap onverdeeld laten, en soms is dat ook best een goede oplossing bijvoorbeeld bij op korte termijn verwachte waardestijgingen, maar dan moeten ze dat wel goed vastleggen.