Verplichte provisietransparantie

Minister Hoekstra wil verplichte provisietransparantie invoeren voor (particuliere) schadeverzekeringen.

In het ter consultatie aangeboden Wijzigingsbesluit financiële markten 2021 wijzigt de Minister van Financiën de passieve provisietransparantieplicht in een actieve voor particuliere schadeverzekeringen. Klanten moeten voorafgaand aan het afsluiten van een schadeverzekering actief geïnformeerd worden over een eventuele afsluit- en doorlopende provisie en de dienstverlening die daar tegenover staat. Hiermee kunnen cliënten distributiekanalen beter vergelijken. Als het bij directe aanbieders om een ‘selfservice model’ gaat waarbij er bijvoorbeeld geen extra ondersteuning van de kant van de verzekeraar is bij het afhandelen van een schadeclaim, dan moet dit voor de cliënt duidelijk zijn. Provisie zou dan immers niet verschuldigd zijn, maar extra dienstverlening staat er ook niet tegenover. Daarnaast moeten directe aanbieders kenbaar maken wat zij aan derden, anders dan bemiddelaars of adviseurs, betalen als aanbrengvergoeding. Derden zijn volgens de Minister dan bijvoorbeeld prijsvergelijkingssites die niet tevens bemiddelaar of adviseur zijn, die een vergoeding van een verzekeraar krijgen voor elke verzekeringnemer die via de site van de prijsvergelijker op de site van de verzekeraar komt en vervolgens daar een verzekering afsluit. Van adviseurs en/of bemiddelaars wordt voortaan bovendien verwacht dat zij de consument actief informeren over wat gemiddeld genomen de afsluit- en doorlopende provisie is voor een bepaalde categorie producten.

Tsja, ogenschijnlijk best goed, nu alleen nog hopen dat de gemiddelde consument ook in staat is respect te hebben voor de verdiensten in relatie tot de inspanningen die er tegenover staan. Consumenten willen immers nogal eens selectief zijn aan wie ze verdiensten gunnen. Het werk van een schilder bijvoorbeeld is nu eenmaal zichtbaarder voor veel consumenten dan het 'papierwerk' van de assurantietussenpersoon. Op schadebehandelingsvlak heeft de tussenpersoon zich bij het aangaan van het contract dan ook nog niet kunnen bewijzen.