Verwijdering uit frauderegister vanwege niet opzettelijke verzwijging

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een verzekerde verwijderd moet worden uit het CIS-register, omdat niet blijkt van een opzettelijke verzwijging.

Een verzekerde met een bromfietsverzekering doet aangifte van diefstal van zijn bromfiets en doet een schademelding bij de bromfietsverzekeraar. Verzekeraar stuurt een bericht dat de diefstal plaats vond tussen een bepaald tijdvak en dat pas bijna een dag later foto’s gemaakt zijn van de plaats van de diefstal.

De verklaring van verzekerde dat hij in eerste instantie te veel in shock was en naar zijn werk moest en pas daarna foto’s heeft kunnen maken, vindt verzekeraar niet waarheidsgetrouw of waarschijnlijk. De diefstal locatie was voor de huisdeur en dat het kapotte slot 24 uur later nog op dezelfde plaats lag vindt verzekeraar ongeloofwaardig. Het slot zou normaal gesproken in de woning zijn gelegd in plaats van buiten te laten liggen waar de diefstal plaats vond.

Verzekeraar wijst de schadeclaim af en neemt verzekerde op in het frauderegister. De rechtbank vindt op zich terecht dat als verzekeraar de toedracht van de diefstal gemotiveerd betwist, verzekerde het bewijs moet leveren. Aan dat bewijs moeten echter in dit geval niet al te zware eisen gesteld worden nu het gaat om diefstal van een buiten geparkeerde bromfiets. Met het overleggen van de aangifte en een foto van het doorgeknipte ART goedgekeurde kettingslot dat door verzekeraar als diefstalbeveiliging verplicht was gesteld voldoet verzekerde daaraan.

De omstandigheden die verzekeraar aanvoert zijn nog onvoldoende om aan te nemen dat de diefstal in scene is gezet. Het verhaal van verzekerde is ook niet ondenkbaar. Verzekeraar moet dan ook opzettelijke misleiding bewijzen. Verzekeraar doet dat door erop te wijzen dat het betreffende slot zoveel tijd en moeite kost dat een dief een andere keuze als buit zou maken en dat verzekerde een motief had omdat hij achterliep met de aflossing van de lening voor de bromfiets. Ook werkt verzekerde als betonvlechter en is aannemelijk dat hij daarmee overweg kan.


De rechtbank vindt het allemaal onvoldoende wat verzekeraar aanvoert. De fototijdstippen zijn kloppend en het bewijs is te mager. Daarmee is ook niet voldaan aan de eisen voor opname in het frauderegister.