Verzekeringsfraude met levensverzekeringen

Rechtbank Rotterdam veroordeelt een verdachte voor gekwalificeerde doodslag na een verzekeringsfraude met levensverzekeringen.

Een slachtoffer wordt om het leven gebracht door geweld. Er worden bij een sectie sporen veiliggesteld die tientallen jaren later in een cold caseonderzoek met nieuwe DNA-technieken tot een dader leiden.

Op het leven van het slachtoffer waren twee levensverzekeringen gesloten waarbij oplichting vermoed wordt. De dader is nauw betrokken geweest bij het sluiten van die verzekeringen.

Ze waren beiden atypisch qua hoogte van de uitkering ten opzichte van het verzekerde belang en de korte looptijd. Ze weken bijvoorbeeld sterk af van de levensverzekeringen die verdachte op het leven van zichzelf en diens echtgenote had afgesloten.

Het slachtoffer is tegen betaling een schijnhuwelijk aangegaan met een huisgenote van de verdachte voor een verblijfsvergunning. Hij is vervolgens door de verdachte en zijn huisgenoot financieel uitgebuit.

De afhankelijkheid van het slachtoffer zou op korte termijn eindigen, omdat de minimale drie jaar huwelijk voor het krijgen van een verblijfsvergunning bijna afgelopen was. Er blijkt niet van het door verzekerde gestelde belang dat met de uitkering de kinderen van het slachtoffer financieel verzorgd zouden kunnen worden.

Moord kan niet worden bewezen, maar gekwalificeerde doodslag wel. Verdachte heeft ook voor en na de doorslag valsheid in geschrifte gepleegd om de verzekeringsuitkeringen aan hem toe laten komen.

De rechtbank rekent zwaar aan dat de nabestaanden bijna dertig jaar in onzekerheid hebben moeten leven over het lot van het slachtoffer. Uiteindelijk krijgt de dader 14 jaar celstraf opgelegd, wat lager omdat de dader al op leeftijd is en een slechte gezondheid inmiddels.