Voorstel aanpassing box 3

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 6 september 2019 in een brief aan de Tweede Kamer een voorstel tot wijziging van de heffing in box 3 aangekondigd.

Het voorstel is om in box 3 niet meer uit te gaan van een fictieve vermogensverdeling, maar om per belastingplichtige uit te gaan van de werkelijke verdeling tussen spaartegoeden en overige bezittingen. Over de spaartegoeden wordt een forfaitair rente gerekend die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke rente (2020: 0,09%). Voor de overige bezittingen wordt uitgegaan van een forfaitair rendement van 5,33% (2020). Voor het afbakenen van spaargeld zal worden aangesloten bij het begrip ‘deposito’ zoals bepaald in artikel 1:1 Wft.

 

Een andere wijziging is dat schulden niet meer in mindering komen op de bezittingen, maar dat het inkomen in box 3 wordt bepaald uitgaande van een forfaitaire debetrente van 3,03% (2020) over de schulden. Tevens wordt een heffingvrij inkomen van ongeveer € 400 per belastingplichtige geïntroduceerd. Het tarief in box 3 wordt verhoogd naar circa 33%.

Belastingplichtigen die minder dan € 30.846 (2020) aan bezittingen hebben blijven buiten de heffing. Wanneer de bezittingen meer dan € 30.846 bedragen, wordt het volledige vermogen in de heffing betrokken. Om te voorkomen dat belastingplichtigen beleggingsvermogen net voor de peildatum omzetten in spaarvermogen zullen anti-arbitragemaatregels worden ingevoerd.

 

Het wetsvoorstel wordt, naar verwachting, voor de zomer van 2020 ingediend. De beoogde ingangsdatum is 2022.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel