Voortzetting pensioenopbouw na arbeidsongeschiktheid vergelijkbaar met transitievergoeding?

Het gaat in de zaak om de inhoudelijke beoordeling van de vraag of de in het geding zijnde suppletieregeling is te beschouwen als een aan de transitievergoeding gelijkwaardige voorziening.

 

 

Een bankmedewerker heeft conform de geldende cao vanaf het derde ziektejaar recht op de volgende suppletieregeling:

  • een aanvulling op uw WIA-uitkering, ter hoogte van 75% van de grondslag bij volledige arbeidsongeschiktheid;
  • voortzetting van de pensioenopbouw voor 75% van het percentage waarvoor men arbeidsongeschikt is tot pensionering of in ieder geval tot aan het begin van de maand waarin de AOW ingaat.
  • vrijstelling van betaling van de deelnemersbijdrage voor het deel dat men arbeidsongeschikt is, ook na beëindiging van uw arbeidsovereenkomst

 

De aanvullingen en pensioenopbouw lopen door zolang men ziek is, ook na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Na deze beëindiging worden de aanvullingen en pensioenopbouw wel aangepast bij verhoging van de restverdiencapaciteit, maar niet bij verlaging. 

Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst dienen de aanvullingen en de pensioenopbouw vanaf het derde ziektejaar te worden gezien als gelijkwaardige voorziening voor de transitievergoeding zoals bedoeld in artikel 7:673b BW.

 

De bankmedewerker stelt de suppletieregeling een reguliere arbeidsvoorwaarde is, die al vele jaren geldt voor arbeidsongeschikte werknemers, ongeacht of de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd of niet en niet een voorziening is waar zij aanspraak op heeft vanwege de beëindiging van haar arbeidsverhouding.

 

Het Hof stelt vast dat de suppletieregeling (in ieder geval voor wat betreft het pensiongedeelte) moet worden beschouwd als een (secundaire) arbeidsvoorwaarde op grond waarvan de pensioenopbouw premievrij zal worden voorgezet, ook nadat het dienstverband is geëindigd.  

 

Volgens het Hof kan niet worden gezegd dat de pensioenvoorziening een voorziening is die gelijkwaardig is aan de transitievergoeding, als bedoeld in artikel 7:673b BW.

 

Bovendien merkt het Hof op dat de aanspraak op de voorziening voor de bankmedewerker al in 2012 is ontstaan, terwijl de beëindiging van het dienstverband pas in 2018 heeft plaatsgevonden.

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel