Vragen bewijs van in leven zijn bij lijfrenteverzekering mag

De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening oordeelt dat het vragen van een bewijs van in leven zijn aan een lijfrentegerechtigde niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Een lijfrente keert uit zolang de verzekerde leeft. Een verzekeraar vraagt eens in de twee jaar aan de rechthebbende een bewijs van in leven zijn. De kosten hiervan zijn voor rechthebbende.

De consument wil dit niet en vindt het overleggen en dragen van de kosten hiervan niet eerlijk. Hij is al van gevorderde leeftijd en wijst op zijn relatieve onbekendheid met computers en applicaties. Hij eist een minder belastende en stigmatiserende methode van bewijs van in leven zijn te hanteren. Hij voelt zich ten onrechte gewantrouwd en diverse voorstellen gedaan te hebben voor kosteloze bewijsmiddelen. Hij heeft wel een computer, maar zonder apps daarop geïnstalleerd. Hij kan daarom geen gebruik maken van de door het Verbond van Verzekeraars ontwikkelde IRMA-app welke een alternatief zou kunnen zijn.  

Het KiFiD oordeelt echter dat het opvragen hiervan in overeenstemming is met de verzekeringsvoorwaarden. Het uitoefenen van deze rechten van verzekeraar is ook niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Er is een duidelijk belang bij het opvragen van het bewijs van in leven zijn bij verzekeraar aanwezig en verzekeraars hebben geen toegang tot de Basisregistratie personen.

 

Hoewel heus genoeg op verzekeraars valt af te dingen, worden verzekeraars met regelmaat afgerekend op zaken waar ze zelf geen invloed op hebben zoals zoek zijnde begunstigden of zoals hier het niet kunnen raadplegen van de Basisregistratie personen. Dat is zonde want dat vertroebelt het beeld van verzekeraars en kost de verzekeraar veel extra tijd die ze beter kunnen benutten.