Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Vragen en Antwoorden internationale waardeoverdracht pensioenen

Op 4 december 2019 heeft minister Koolmees van SZW mede namens staatssecretaris Snel van Financiën de antwoorden op een aantal Kamervragen van Kamerlid Van Weyenberg (D66) over internationale waardeoverdracht van pensioen aan de Tweede Kamer gezonden.

 

Het betreft vragen over de mogelijkheid om in het buitenland opgebouwde pensioenen onder Nederlandse wetgeving te brengen.

Minister Koolmees van SZW heeft mede namens staatssecretaris Snel van Financiën in het bijzonder antwoord gegeven op vragen over:

 

  • De voorwaarden waaronder internationale waardeoverdracht moet plaatsvinden
  • De verplichting van Nederlandse pensioenuitvoerders om aan de waardeoverdracht mee te werken
  • De mogelijkheid om waardeoverdracht naar een andere dan de pensioenuitvoerder van de werkgever te laten plaatsvinden
  • De mogelijkheid van waardeoverdracht van buiten de EU verzekerde pensioenen naar Nederland

Minister Koolmees beantwoordt deze vragen aan de hand van het Besluit Internationale aspecten van pensioen en stamrechten (onderdeel 2) van 9 oktober 2015 en de artikelen 91 en 92 van de Pensioenwet (PW) van belang.

Besluit 9 oktober 2015 (zie externe links)

In onderdeel 2 van voornoemd besluit wordt, als een werknemer in Nederland komt wonen of werken, voor wat betreft zijn pensioen, onderscheid gemaakt tussen 3 situaties:

 

  1. De werknemer die in Nederland komt werken zet de bestaande deelneming in zijn buitenlandse pensioenregeling voort
  2. De werknemer die in Nederland komt werken draagt het in het buitenland opgebouwde pensioenkapitaal over aan de pensioenverzekeraar van zijn Nederlandse pensioenregeling
  3. De (ex-)werknemer gaat in Nederland pensioen genieten uit een naar Nederlandse maatstaven zuivere pensioenregeling, die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland is opgebouwd zonder fiscale facilitering

Beperken wij ons tot waardeoverdracht vanuit het buitenland naar Nederland (onderdeel b) dan is in eerste instantie van belang of deze waardeoverdracht plaatsvindt op basis van artikel 91 PW of op basis van een andere grondslag.

Artikel 91 PW

Artikel 91 PW ziet op de verplichting van de Nederlandse (ontvangende) pensioenuitvoerder om mee te werken aan waardeoverdrachten van:

 

  • In het buitenland opgebouwd pensioen
  • Volgens een buitenlandse pensioenregelingen die niet onder de PW valt
  • Bij een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of een verzekeraar met zetel buiten Nederland ter verwerving van pensioenaanspraken bij een ontvangende pensioenuitvoerder in Nederland

Deze verplichting om mee te werken geldt alleen voor zover sprake is van waardeoverdracht van een pensioeninstelling uit een andere EU-lidstaat of van een verzekeraar met zetel buiten Nederland met een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar in Nederland. Daarbij gelden tevens de volgende voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de voorwaarden die gelden bij het wettelijk recht op waardeoverdracht bij wijziging van werkgever binnen Nederland:

 

  1. De waardeoverdracht moet ertoe strekken het de verzoekende werknemer mogelijk te maken pensioenaanspraken te verwerven bij de ontvangende pensioenuitvoerder
  2. De ontvangende pensioenuitvoerder verkeert niet in een situatie van onderdekking
  3. De buitenlandse pensioeninstelling of verzekeraar aan de ontvangende pensioenuitvoerder mag in verband met de waardeoverdracht geen voorwaarden opleggen die in strijd zijn met de PW
  4. Voor zover het verzoek tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft, stemt de partner, die begunstigde is voor het partnerpensioen, met de waardeoverdracht in

Valt de waardeoverdracht onder artikel 91 PW, dan kunnen de in het buitenland opgebouwde pensioenaanspraken geheel worden overgedragen aan een Nederlandse pensioenuitvoerder en komen de (feitelijke) buitenlandse dienstjaren in aanmerking als diensttijd in de Nederlandse regeling, overeenkomstig artikel 10a, eerste lid, onderdeel f UBLB 1965.

 

Valt de waardeoverdracht niet onder artikel 19 PW, dan geldt artikel 10a UBLB 1965 niet voor de buitenlandse diensttijd. Hierdoor bestaat de kans dat de gehele pensioenaanspraak in strijd komt met de voorschriften voor fiscale facilitering. Om dat te voorkomen zijn pensioenregelingen van werknemers die pensioenkapitaal vanuit het buitenland laten overdragen aan de pensioenuitvoerder van hun Nederlandse pensioenregeling onder de volgende voorwaarden aangewezen als zuivere pensioenregelingen:

 

  1. De buitenlandse pensioenuitvoerder die het pensioenkapitaal rechtstreeks overdraagt aan de Nederlandse pensioenverzekeraar
  2. De Nederlandse werkgever die niet meer pensioenaanspraken toekent dan overeenkomt met het overgedragen kapitaal
  3. Na de waardeoverdracht de pensioenregeling in alle overige opzichten voldoet aan de van bepalingen van de Wet LB 1964
  4. De werknemer pleegt in verband met de waardeoverdracht geen enkele aftrek op enig in Nederland belastbaar inkomen van hem of zijn partner

Als aan deze voorwaarden is voldaan, staat een fiscaal gefacilieerde waardeoverdracht niets meer in de weg. Daarbij maakt het geen verschil of de aanspraken zijn opgebouwd in een eindloon- middelloon- of beschikbare premieregeling. Voor zover in het buitenland geen sprake was van fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw is toepassing van de saldomethode mogelijk.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships