Waarschuwing tussenpersoon voor onderverzekering

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt of een tussenpersoon voldoende voor onderverzekering heeft gewaarschuwd of niet.

Een bedrijf heeft een brandverzekering voor haar bedrijfspand. Er is een dekking geboden voor een bedrag van € 230.000 plus een gratis taxatie en een daarbij behorende garantie tegen onderverzekering. Verzekerde maakt daar geen gebruik van en stelt het verzekerde bedrag op € 115.000 en vervolgens wordt dat later op verzoek nog verlaagd tot € 90.000. Er breekt brand uit en op dat moment blijkt het pand
€ 162.500 waard, zodat sprake is van onderverzekering. Verzekerde spreekt vervolgens de tussenpersoon aan, omdat die onvoldoende gewaarschuwd zou hebben voor onderverzekering.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vindt dat er in hoger beroep onvoldoende grieven naar voren zijn gebracht tegen de vaststelling in eerste aanleg door de kantonrechter dat de polis goed met verzekerde is doorgenomen en dat verzekerde kennelijk bekend was met de onderverzekering. Niets wijst er op dat verzekerde zoveel mogelijk risico’s uit de weg wilde gaan, maar eerder dat beoogd is de kosten van de verzekering zoveel mogelijk te drukken. Niet aannemelijk is dat een waarschuwing van de tussenpersoon had geleid tot een hogere verzekerde som.

Verzekerde legt ook niet goed uit waarom geen gebruik is gemaakt van de geboden gratis taxatie. Er ontbreekt daarom in ieder geval causaal verband tussen het mogelijk tekort schieten van tussenpersoon en de door verzekerde geleden schade. Het gerechtshof vindt dat daarom in het midden gelaten kan worden of de tussenpersoon nadrukkelijker voor onderverzekering had moeten waarschuwen of niet.