Wachtgeldregeling tot 65 jaar is leeftijdsdiscriminatie.

Naar het oordeel van de rechtbank Zeeland-West Brabant is wordt bij een wachtgeldregeling tot 65 jaar, verboden onderscheid op grond van leeftijd gemaakt. De Voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd leidt niet tot een ander oordeel. Deze regeling heft volgens de rechtbank weliswaar gedeeltelijk het AOW-gat op, maar vervroegen van de pensioeningangsleeftijd leidt nog steeds tot een inkomstenterugval. De geconstateerde leeftijdsdiscriminatie wordt door de regeling dus niet opgeheven.

Eiser, geboren op 23 augustus 1956, was werkzaam als burgerlijk ambtenaar bij het ministerie van Defensie. Aan hem is met ingang van 1 januari 2014 eervol ontslag verleend wegens overtolligheid Eiser heeft dan ook een aanvraag om wachtgeld ingediend Bij besluit van 10 januari 2014 heeft de minister aan eiser wachtgeld toegekend, tot 1 september 2021, zijnde de eerste van de maand volgend op het bereiken van de 65 jarige leeftijd van eiser.

Eiser heeft verzocht om de wachtgeldregeling te laten voortduren tot het moment dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Dit verzoek, dat wordt aangemerkt als bezwaar, wordt niet gehonoreerd.

Eiser voert aan dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie en verwijst naar onder andere uitspraken van het College van de rechten van de Mens, artikel 1 Grondwet en artikel 14 EVRM. .De Rechtbank oordeelt dat er sprake is van discriminatie en verwijst voor de motivering hiervan naar een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank van 20 juli 2015 (ECLI:NL:RBZWB:2015:5066).

Echter, hierbij was de Voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd’ (Regeling), welke regeling in werking op 1 oktober 2015 in werking is getreden, nog niet bekend. De Regeling heeft een voorlopig karakter, omdat een definitieve regeling tot stand zal komen in het kader van een volledig arbeidsvoorwaardenakkoord. Deze regeling houdt in dat een belanghebbende die de leeftijd van 65 jaar bereikt waardoor zijn uitkering eindigt heeft, tot het bereiken van de voor hem geldende AOW leeftijd, aanspraak maakt op een maandelijkse tegemoetkoming. De tegemoetkoming is gelijk aan de bruto AOW-uitkering die voor belanghebbende volgens de Algemene Ouderdomswet in de desbetreffende maand gegolden zou hebben indien daarop aanspraak zou hebben bestaan, inclusief de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakantiegeld.

Voor eiser biedt deze regeling geen oplossing. Eiser moet namelijk zijn pensioen naar voren halen, hetgeen resulteert in een inkomstenterugval.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en er zal een nieuw besluit genomen dienen te worden, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank kan het in deze niet zelf afdoen.

Rechtbank Zeeland West-Brabant, 15 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:8263

Mirjam Koenes
Over Mirjam

[...]

Bekijk profiel