Wel of niet een overlijdensrisicoverzekering overeengekomen?

Op 2 september 2020 heeft het Kifid uitspraak gedaan of er bij het afsluiten van een beleggingsverzekering een overlijdensrisicoverzekering is overeengekomen.

Belanghebbende heeft in 1995 een beleggingsverzekering met lijfrenteclausule afgesloten. De verzekering voorziet in een lijfrente-uitkering die per kwartaal (achteraf) zal worden betaald. In geval van overlijden van de verzekerde is volgens de polis een kapitaal verzekerd ter grootte van ‘90% van de afkoopwaarde van de polis’.

Belanghebbende stelt echter, dat hij bij het afsluiten van de verzekering ervoor heeft gekozen om geen overlijdensrisicodekking af te sluiten en dat dit ook niet is overeengekomen. Op het aanvraagformulier heeft belanghebbende het vragenblok over de overlijdensrisicodekking in het geheel doorgestreept.

Belanghebbende schat de onterecht in rekening gebrachte kosten, inclusief gederfd rendement, op een bedrag tussen de € 60.000 en € 70.000. Belanghebbende vordert dat de verzekeraar dit bedrag toevoegt aan de poliswaarde.

Het Kifid concludeert dat de van toepassing zijnde overlijdensrisicodekking vanaf aanvang van de verzekering bekend was en belanghebbende daarvoor heeft gekozen. Het is volgens het Kifid maar de vraag of de verzekeraar uit de doorstreping op het aanvraagformulier had kunnen en moeten afleiden dat belanghebbende geen overlijdensrisicodekking wenste.

Het is het Kifid voorts niet gebleken dat sprake is geweest van verdwijningen of een verstopte (premie voor een) overlijdensrisicoverzekering zoals belanghebbende ook nog heeft gesteld.

Het Kifid wijst de vordering derhalve af.