Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Werkgever zegt uitvoeringsovereenkomst met pensioenfonds op; strijd met redelijkheid en billijkheid?

FrieslandCampina heeft voor haar medewerkers in het verleden altijd in pensioen voorzien middels een eigen ondernemingspensioenfonds. Maar nu is – sinds 2009 – de pensioenregeling voor nieuwe deelnemers gesloten en heeft het - in 2015 – de uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds SPC opgezegd.

 

Het pensioenfonds stelt nu dat het hierdoor schade heeft geleden; de financiële positie blijkt naar aanleiding van voorgaande te zijn verslechterd en het kan de pensioenverplichtingen naar haar (ex)deelnemers thans niet meer afdoende waarborgen. Het fonds trekt aan de bel en rechterlijke stappen worden ondernomen.

 

Naar de rechter

Aan de rechtbank Rotterdam[1] vervolgens de taak om te bekijken of een en ander eigenlijk wel strookt met de eisen van redelijkheid en billijkheid.

 

Sluiten pensioenregeling in 2009 voor nieuwe deelnemers

Wanneer een werkgever niet onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt, kan de werkgever een pensioenovereenkomst aangaan met haar werknemers die conform de Pensioenwet verplicht ondergebracht moet worden bij een externe uitvoerder.

 

De rechter stelt vervolgens allereerst, eenvoudigweg, dat de Pensioenwet niet voorziet in een verplichting om (alle) werknemers bij de betreffende pensioenuitvoerder onder te (blijven) brengen. Daarnaast blijkt ook uit de betreffende uitvoeringsovereenkomst niet dat nieuwe werknemers verplicht aangemeld moeten worden bij SPC, ook niet als - aan de hand van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid - gekeken wordt naar een redelijke uitleg van die overeenkomst.

 

Er is géén aanmeldverplichting voor FrieslandCampina voor haar nieuwe werknemers. Sterker nog, in een eerdere uitvoeringsovereenkomst (die van kracht was in 2009) was zelfs voorzien in een opzegmogelijkheid.

 

Het stopzetten van de pensioenregeling voor nieuwe werknemers is – al hetgeen hiervoor in overweging nemende – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar, zo concludeert de rechter.

 

Opzegging uitvoeringsovereenkomst in 2015

Maar hoe zit dat ten aanzien van het volledig opzeggen van de uitvoeringsovereenkomst? Een iets lastigere kluif, zo blijkt. Vooropgesteld moet worden dat de Pensioenwet niet voorziet in een regeling voor opzegging van een uitvoeringsovereenkomst.

 

Dus, wat zegt de uitvoeringsovereenkomst? Opzeggen is wel degelijk mogelijk. De vraag is vervolgens of de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat aan de opzegging door FrieslandCampina nadere eisen worden gesteld, in die zin dat FrieslandCampina gehouden is een aanvullende (schade)vergoeding aan te bieden.

 

Nee, luidt het rechterlijk oordeel.

 

Ten eerste verwijst de rechter naar het feit dat uitdrukkelijk is voorzien in een opzegmogelijkheid waarbij ook gedetailleerd de voorwaarden voor opzegging zijn geregeld. Ruimte voor een aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid is derhalve zéér beperkt.

 

Daarop voortbordurend: indien de uitvoeringsovereenkomst niet zou zijn opgezegd, zou FrieslandCampina geen andere betalingsverplichtingen hebben dan betaling van de kostendekkende premie. De uitvoeringsovereenkomst voorziet immers niet in onvoorwaardelijke aanvullende betalingsverplichtingen. Een tijdelijke verplichting tot betaling van aanvullende premies (in de periode 2008 tot en met 2014) is door FrieslandCampina bovendien al nagekomen. Deze verplichting zou dus, ook indien de uitvoeringsovereenkomst zou zijn voortgezet, niet meer bestaan.

 

Maar - ongeacht voorgaande overwegingen - benadrukt de rechter voornamelijk dat het de verantwoordelijkheid is van het pensioenfonds om zorg te dragen voor een deugdelijke financiering en het opbouwen van reserves, zodat te allen tijde wordt beschikt over voldoende vermogen om de pensioenverplichtingen te dekken.

 

Conclusie

Van een deskundig pensioenfonds als SPC mag - nee móét - worden verwacht dat zij in staat is haar positie, gezien de aanzienlijke belangen, veilig te stellen. Opzegging van een uitvoeringsovereenkomst is in principe ‘gewoon’ toelaatbaar. Het behoort juist tot het bedrijfsrisico dat bij een verbreking van de uitvoeringsovereenkomst nadelige gevolgen kunnen ontstaan voor een pensioenfonds.

 

Aan het pensioenfonds dus vervolgens de taak om een en ander in te calculeren om nadelige gevolgen, zoals bijvoorbeeld in onderhavig geschil, op te kunnen vangen.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships