Werkgeversaansprakelijkheid na bedrijfsongeval

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelt of een werkgever aansprakelijk is voor hoofdpijnklachten na een bedrijfsongeval waarbij een oog beschadigd raakte.

Een werknemer krijgt een bedrijfsongeval waardoor het oog beschadigd raakt. Vervolgens klaagt de werknemer over hoofdpijnklachten. In de procedure komt vervolgens de vraag op naar het causaal verband met het ongeval. De werknemer stelt dat op grond van het arrest van de Hoge Raad ‘Zwolsche/De Greef (I)’ het genoeg is dat de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn.

Het gerechtshof is het daar niet mee eens. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten met het incident toen het oog beschadigd raakt. De werknemer moet nog steeds niet alleen stellen, maar ook bewijzen dat de gezondheidsklachten door het ongeval kunnen zijn veroorzaakt. Er geldt in dat opzicht geen omkeerregel en de werknemer moet het conditio sine qua non verband bewijzen. Een niet aantoonbaar medisch causaal verband zoals in dit geval hoeft niet aan juridische toerekening in de weg te staan. De geschonden norm zag op bescherming tegen smeltspatten die in in het oog konden raken. Vanwege het ontbreken van causaal verband met de hoofdpijnklachten zag de geschonden norm daar niet op. Er volgt dan ook geen letselschadevergoeding voor de hoofdpijnklachten.