Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer uitgesteld. Waarom en hoe nu verder?

Staatsecretaris Wiebes zag zich genoodzaakt om op de dag van de stemming in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer (PEB) deze stemming uit te stellen. Daarna kwam de polemiek ‘in de branche’ volop op gang. De vraag is dus hoe zit het nu, waarom deze actie en ook hoe nu verder.

De reden van het uitstel ligt in het volgende.

Alle pensioentoezeggingen van DGA’s (zo’n 140.000) moeten met het oog op de Uitfasering premievrij worden gemaakt. Echter, in (nagenoeg alle) pensioentoezeggingen is opgenomen dat (premievrije) pensioenrechten worden geïndexeerd, dus aangepast aan de inflatie. Soms vanaf het moment van premievrijmaking, soms pas na ingang. Soms onvoorwaardelijk, maar meestal voorwaardelijk, afhankelijk van de inflatie. Zelden overigens, zoals wel bij pensioenfondsen, mede afhankelijk van de middelen.

 Als een DGA pensioen in eigen beheer opbouwt, mag de BV op grond van vigerende wetgeving geen rekening houden met de premielast van toekomstige indexaties op grond van artikel 3.25 t/m 3.29 Wet IB’01. Dat mag wel als het wordt verzekerd en er echt voor wordt betaald. Pas als deze indexaties daadwerkelijk gerealiseerd worden, mag de last genomen.

Op vragen van het NOB is in de Memorie van Antwoord Eerst Kamer gesteld dat:De indexatielasten kunnen ook ten laste van het fiscale resultaat worden gebracht ingeval de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken met toepassing van het voorgestelde artikel 38n van de Wet LB 1964 worden afgekocht of omgezet in een oudedagsverplichting. Op het moment van afkoop of omzetting worden de indexatielasten voor die pensioenaanspraken daadwerkelijk gerealiseerd.’

Het was al duidelijk dat dit kon als het pensioen – in het verleden – was overgedragen aan een aparte Pensioen BV. Nu ook in (intern) eigen beheer deze lasten mogen worden genomen, resulteert dat in extra aftrek voor de vennootschapsbelasting. Dit is de facto nu eenmaal het gevolg van de bestaande wetgeving, gevolgd door afkoop of omzetting. En geeft ook precies het verschil weer tussen jaarwinst- en totaal winstbepaling.

Als DGA’s nu niet gaan afkopen, en dat gaan ze niet doen blijkt uit de praktijk, maar kiezen voor de Oudedagsverplichting, dan hebben ze nu een extra aftrekpost. Uiteraard staat hier een hogere – uitgestelde heffing – over de uitkeringen uit de Oudedagsverplichting tegenover.

De vervolgvraag is dan zelfs of de last niet móet worden genomen. Doe ik het immers niet, dan is de vraag of niet ‘afzie’ van de indexaties, met formeel progressieve heffing (72%) over de commerciële waarde! Een geïndexeerd pensioen is nu eenmaal ‘meer waard’ dan een nominaal pensioen. Het is dus niet alleen de keus: is het (fiscaal) aantrekkelijk maar zelfs, is het civiel juridisch gezien noodzakelijk.

De bestaande wetgeving is bedoeld voor ‘pensioen going concern’. Nu het PEB wordt uitgefaseerd ontstaan er – en dat blijkt – ongekende situaties.

Vervolg.

Wiebes wil uiteraard voorkomen dat hij a. de beoogde € 2,1 miljard die de afkoop op moet leveren niet binnenhaalt, b. er geen extra lasten genomen kunnen worden en c. er geen flankerende civiel juridische issues opdoemen. Dat zal nog niet meevallen om dat te tackelen. Middels een Novelle (een aanvulling op reeds in de Tweede Kamer aangenomen wetgeving) wil hij het nu proberen te regelen.

Aanvullend 

Dan nog een aanvullende tip: laat Wiebes ook nog eens goed kijken naar onder andere: -de partnercompensatie (met het oog op een eventuele echtscheiding);

-de overgang bij overlijden op de partner (in plaats van de erfgenamen);

-de mogelijke en soms noodzakelijke gang naar de notaris;

-de schenkingsaspecten;

-de invulling van de Oudedagsverplichting in de uitkeringsfase;

-daarbij onder andere uitstel en een hoog/laag-variant;

-waarom ingegane pensioenen (ook een partnerpensioen) toch ook mogen worden omgezet in een Oudedagsverplichting;

-en misschien toch ook alles omtrent – het inbouwen en terughalen van – een deels extern verzekerd kapitaal.

Conclusie

Het overslaan van de internetconsulatie – ‘contact met de prakijk’ – was achteraf toch niet zo’n goed idee. De ‘honger’ naar de € 2,1 miljard is groot, dat begrijp ik, maar een complex pensioendossier waar al jaren op wordt gestudeerd willen uitfaseren met maar 4 nieuwe artikeltjes? Nee, dat lukt niet, dat blijkt.

‘Pensioen is een langzaam vak’ is niet voor niets een gekend adagium. Of de nieuwe wet nog in 2017 ingaat is inmiddels dus de grote vraag. Gebruikelijk is in ieder geval dat nieuwe belastingwetgeving per half jaar ingaat. 1 juli lijkt dus de eerste ‘optie’ te zijn. Er schijnt vandaag (17 januari) weer een overleg te zijn (met o.a. de standsorganisatie).

 

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel