Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen ingediend

Op 2 september jl. heeft de minister Koolmees van SZW het wetsvoorstel tot Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof, kortweg de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen, bij de Tweede Kamer ingediend.

De afgelopen jaren is de wijze waarop mensen werken en leven meer divers geworden. De roep naar een grotere mate van flexibiliteit ten aanzien van de aanwending van het pensioen is luider geworden. Het pensioen moet meer aansluiten bij de eigen bestedingsbehoefte. Bovendien zijn als gevolg van de stijging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd maatregelen nodig die ervoor zorgen dat mensen gezond de eindstreep kunnen halen.

Daarom zijn in het pensioenakkoord afspraken gemaakt om meer maatwerk mogelijk te maken ten aanzien van het arbeidsvoorwaardelijk pensioen. Afgesproken is dat mensen meer keuzevrijheid krijgen bij de aanwending van hun pensioen, waarbij het zelfs mogelijk zal zijn om bij pensionering een beperkt deel van het pensioenvermogen als bedrag ineens te kunnen opnemen (hoofdstuk 2). Daarnaast is afgesproken meer keuzemogelijkheden te bieden op grond waarvan mensen eerder kunnen stoppen werken. Daarbij gaat het in eerste instantie om een tijdelijke facilitering van de mogelijkheid om in sectoren en ondernemingen uittredingsregelingen te financieren waarmee werknemers de mogelijkheid krijgen om drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken, zonder dat sprake is van een de zogenaamde pseudo-eindheffing of RVU-heffing voor regelingen voor vervroegde uittreding (hoofdstuk 3). Bovendien is afgesproken dat er meer fiscale ruimte wordt geboden om verlof op te sparen, om daarmee vervroegd uittreden mogelijk te maken (hoofdstuk 4).

Er gelden verschillende data waarop de diverse onderdelen van het wetsvoorstel in werking moeten treden.

De invoering van de versoepeling van de RVU-heffing is voorzien voor 1 januari 2021. Het betreft een tijdelijke maatregel die naar verwachting tot 1 januari 2026 zal duren.

Deze datum geldt ook voor het sparen van bovenwettelijk verlof.

De mogelijkheid tot invoering van gedeeltelijke afkoop is voorzien per 1 januari 2022. Deze datum is gekozen om pensioenuitvoerders de tijd te geven hun deelnemers hierover adequaat te kunnen informeren, zodat zij een weloverwogen beslissing kunnen nemen.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships