Wetsvoorstel verhoging AOW- en pensioenleeftijd

Afgelopen week is het wetsvoorstel voor verhoging van de AOW- en de pensioenleeftijd ingediend bij de Tweede Kamer. In dit artikel een overzicht van de belangrijkste maatregelen.

Verhoging AOW

De verhoging van AOW gerechtigde leeftijd zal in stappen worden doorgevoerd.

2013: 65 jaar en één maand
2014: 65 jaar en twee maanden
2015: 65 jaar en drie maanden
2016: 65 jaar en vijf maanden
2017: 65 jaar en zeven maanden
2018: 65 jaar en negen maanden
2019: 66 jaar
2020: 66 jaar en drie maanden
2021: 66 jaar en zes maanden
2022: 66 jaar en negen maanden
2023: 67 jaar

Een verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd wordt jaarlijks, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2019 voor het jaar 2024 vastgesteld volgens de volgende formule: V = (L – 18,26) – (P – 65)

V staat voor de periode waarmee de pensioengerechtigde leeftijd respectievelijk aanvangsleeftijd wordt verhoogd, uitgedrukt in perioden van een jaar;
L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging;
P staat voor de pensioengerechtigde leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging.
Indien V negatief is of minder dan 0,25 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op drie maanden.

Om mensen tegemoet te komen die geraakt worden door deze maatregelen en zich daar niet genoeg op hebben kunnen voorbereiden komt er voor de eerste jaren een voorschotregeling. Deze regeling biedt de mogelijkheid om een voorschot op de AOW te krijgen vanaf de 65e verjaardag. Hiermee kunnen mensen een eventueel inkomensgat overbruggen. Daarbij geldt dat het eerder opgenomen bedrag over een vastgestelde termijn (maximaal 1,5 jaar bij 3 maanden voorschot in 2015) dient te worden terugbetaald. Voor degenen die alleen als gevolg van de versnelde verhoging van de AOW leeftijd geen partnertoeslag meer ontvangen, i.e. voor de mensen die in november en december 2014 65 jaar worden en onder de bestaande regelingen recht hadden op de toeslag, blijft de AOW partnertoeslag beschikbaar. Hierdoor wordt voorkomen dat mensen door dit wetsvoorstel opeens niet meer de partnertoeslag ontvangen, terwijl zij daar wel op rekenen.

Pensioenleeftijd 2e pijler

De pensioenleeftijd in de 2e pijler (werknemerspensioen) wordt in 2014 verhoogd naar 67 jaar. Tevens wordt het opbouwpercentage verlaagd.

Voor het ouderdomspensioen wordt het percentage verlaagd naar 1,9% (voor eindloon, dit was 2%) en 2,15% (voor middelloon, dit was 2,25%)
Het op te bouwen partnerpensioen wordt eveneens verlaagd naar 1,33% (voor eindloon, dit was 1,4%) en 1,51% (voor middelloon, dit was 1,58%) en het wezenpensioen wordt verlaagd naar 0,27% (voor eindloon, dit was 0,28%) en 0,3% (voor middelloon, dit was 0,32%).

Daarna wordt de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Vanaf 2015 zal dit jaarlijks worden getoets volgens de formule volgende formule: V = (L – 18,26) – (P – 65). Waar de verhoging van de AOW 5 jaar van te voren wordt aangekondigd, zal dat bij pensioen in de 2e pijler 1 jaar van tevoren zijn. Een verhoging van de AOW zal per 3 maanden geschieden, een verhoging van de pensioenleeftijd in de 2e pijler geschiedt per hele jaren.

Aanpassing 3e pijler

De toevoeging aan de oudedagsreserve zal per 2014 worden verlaagd van 12% naar 10,9%.
De jaarruimte (lijfrentepremie voor een verzekering of banksparen) zal worden verlaagd van 17% naar 15,5%. De factor A (aangroei) zal in plaats van 7,5 keer nu 7,2 keer worden meegenomen.

Naschrift 26-10-2012

Bij de kabinetsformatie is een deelakkoord bereikt, dat invloed heeft op de verhoging van de AOW gerechtigde leeftijd. In een nieuw artikel ga ik in op het nieuwe deelakkoord. Het nieuwe artikel is hier te lezen.