Wetsvoorstel ‘Wet Excessief lenen bij eigen vennootschap’ ingediend bij Tweede Kamer

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft op 17 juni 2020 het wetsvoorstel ‘Wet Excessief lenen bij de eigen vennootschap’ bij de Tweede Kamer ingediend.

Met deze wet wil het kabinet het bovenmatig lenen door aanmerkelijkbelanghouders van de eigen vennootschap ontmoedigen.

Van bovenmatig lenen is sprake voor zover het gezamenlijke bedrag aan directe of indirecte schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en diens partner bij de eigen vennootschap hoger is dan € 500.000. Schulden van verbonden personen (ouders, kinderen en kleinkinderen) die zelf geen aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap tellen ook mee, maar alleen voor zover deze schulden hoger zijn dan
€ 500.000.

Het deel van de schulden boven de € 500.000 wordt aangemerkt als fictief regulier voordeel. Hierover betaalt de aanmerkelijkbelanghouder aanmerkelijkbelangheffing (vanaf 2021: 26,9%). Ter voorkoming van dubbele belastingheffing wordt deze betaalde belasting verrekend zodra de schulden worden afgelost.

De maatregel geldt voor alle schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner. Een uitzondering is er voor de eigenwoningschuld. Deze uitzondering geldt als een recht van hypotheek op de eigen woning is verstrekt aan de vennootschap. Voor de eigenwoningschulden die zijn aangegaan voor 31 december 2022 geldt de uitzondering ook zonder het verstrekken van dit recht van hypotheek.

De maatregel treedt per 1 januari 2023 in werking. Aanmerkelijkbelanghouders hebben derhalve tot de peildatum van 31 december 2023 de tijd om hun schuldpositie aan te passen.