Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2015

Op 1 januari 2015 zijn enkele wetten aangepast, die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we, met betrekking tot de module Basis, daarvan een beknopt overzicht. 

Werk en inkomen

Verhoging AOW-leeftijd en vervallen partnertoeslag

De AOW-leeftijd is per 1 januari 2015 met 1 maand verhoogd. De AOW-leeftijd is nu 65 jaar en 3 maanden. T/m 2023 wordt de leeftijd verder verhoogd naar 67 jaar. Er zijn plannen om de verhoging te versnellen.

Voor iedereen die vanaf 1 april 2015 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, geldt dat hij niet meer in aanmerking komt voor een AOW-partnertoeslag. Iedereen die voordien al de AOW-partnertoeslag ontvangt (omdat hij een jongere en weinig verdienende partner heeft), behoudt dit recht.

Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zijn per 1 januari 2015 gestegen. De meeste uitkeringen, zoals de AOW, Bijstandsuitkering en de Wajong, zijn ook gewijzigd. Deze uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.

Maximum dagloon

Het maximum dagloon bedraagt per 1 januari 2015 € 199,15 per dag. Dat is op jaarbasis € 51.978,15.

Tarieven box 1

Het tarief in de 1e schijf van box 1 is verhoogd naar 36,5% (2014: 36,25%) voor belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor belastingplichtigen vanaf de AOW-leeftijd is dat tarief verhoogd tot 18,6% (2014: 18,35%). Hieronder zijn de tarieven van box 1 opgenomen:

 

Jonger dan AOW-leeftijd

 

Belastbaar inkomen meer dan

doch niet meer dan

totaal tarief

heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 19.822

36,5%

€   7.234

Tweede schijf

€ 19.822

€ 33.589

42 %

€ 13.016

Derde schijf

€ 33.589

€ 57.585

42 %

€ 23.094

Vierde schijf

€ 57.585

 

52 %

 

AOW-leeftijd en ouder geboren vanaf 1 januari 1946

 

Belastbaar inkomen meer dan

doch niet meer dan

totaal tarief

heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 19.822

18,6 %

€   3.686

Tweede schijf

€ 19.645

€ 33.589

24,1 %

€   7.004

Derde schijf

€ 33.589

€ 57.585

42 %

€ 17.082

Vierde schijf

€ 57.585

 

52 %

 

AOW-leeftijd en ouder geboren voor 1 januari 1946

 

Belastbaar inkomen meer dan

doch niet meer dan

totaal tarief

heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 19.822

18,6 %

€   3.686

Tweede schijf

€ 19.822

€ 33.857

24,1 %

€   7.068

Derde schijf

€ 33.857

€ 57.585

42 %

€ 17.034

Vierde schijf

€ 57.585

 

52 %

 

 

Een deel van de te betalen belasting bestaat uit premies volksverzekeringen. Dat waren in 2014 nog de AOW, ANW en AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Deze laatste wet is sinds 2015 afgeschaft en de regelingen zijn overgegaan in de Wet langdurige zorg (Wlz). De premies volksverzekeringen (in totaal 28,15%) bestaan nu dus uit premies voor de AOW (17,9%), ANW (0,6%) en Wlz (9,65%).

Wijzigingen heffingskortingen

De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 2.203 per persoon (2014: € 2.103). Voor zover het inkomen hoger is dan € 19.822, wordt de algemene heffingskorting verminderd met 2,32% van dit inkomen. Er blijft wel minimaal € 1.342 aan algemene heffingskorting over. Als er een minder of niet verdienende partner is, kan deze de algemene heffingskorting deels zelf verkrijgen. Het percentage waarop de minst verdienende partner zelfstandig recht heeft is maximaal 53 1/3% (of wel € 1.175), maar nooit meer dan wat de meest verdienende partner nog als inkomstenbelasting verschuldigd is.

De arbeidskorting wordt ook verhoogd. Maximaal bedraagt deze in 2015 € 2.220. Ook hiervoor geldt dat hoe meer iemand verdient, hoe lager de arbeidskorting wordt. Inkomen boven de € 49.770, wordt voor 4% op de arbeidskorting  gekort. Er blijft wel altijd minstens € 184 aan arbeidskorting over.

De werkbonus (bonus voor werkenden boven de 61 jaar) vervalt voor nieuwe gevallen. Voor bestaande werkende ouderen, blijft deze wel bestaan.

Ook de ouderschapsverlofkorting en de alleenstaande ouderkorting vervallen. Dit heeft te maken met het vereenvoudigen van alle kindregelingen, waarover we eerder in WftNU bericht hebben (zie de links).

Aftrek kosten levensonderhoud kinderen vervalt

Bepaalde aftrekposten verminderen het belastbaar inkomen. De aftrek van kosten voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 21 jaar is in 2015 vervallen. Dit kan grote gevolgen hebben voor mensen die kinderen onderhouden jonger dan 21 jaar. Ook de aftrek van kinderalimentatie vervalt hierdoor.

Overigens is de alimentatie geïndexeerd met 0,8% in 2015. Dat wil zeggen dat deze in beginsel wordt verhoogd met 0,8%. Vanwege de aftrekbeperking van kinderalimentatie, kan de alimentatieplichtige echter verzoeken een nieuwe berekening naar draagkracht te maken.

Levensloopregeling

Hoewel het al sinds 2012 niet meer mogelijk is aan te vangen met stortingen in de levensloopregeling, zijn er nog wel veel mensen die een levenslooptegoed hebben. Om hun te stimuleren dit tegoed op te nemen, besloot de overheid in 2013 een ‘80%-regeling’ in te voeren. Iedereen die het levenslooptegoed in 2013 volledig opnam, hoefde slechts af te rekenen in box 1 over 80% van dit tegoed. Deze 80%-regeling geldt ook voor 2015.

Nieuwe regeling buitenlandse belastingplicht gaat in

Vanaf 2015 geldt de zogenoemde regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Dat wil zeggen dat het keuzerecht op buitenlandse belastingplicht vervalt voor mensen die in het buitenland wonen, maar in Nederland inkomsten of bezittingen hebben. Als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden is iemand buitenlands belastingplichtige of niet.

Tot en met 2014 kon zo iemand nog kiezen om behandeld te worden alsof hij een binnenlands belastingplichtige was. Op 1 januari 2015 is deze keuzeregeling vervallen.

Box 3

De vermogensvrijstelling in box 3 is verhoogd naar € 21.330 per belastingplichtige (2014: € 21.139), naast de vrijstelling voor contant geld van € 517 (2014: € 512). Maar ook de schuldendrempel gaat omhoog naar € 3.000 (2014: € 2.900).

De vrijstelling voor groene beleggingen is in 2015 € 56.928 per belastingplichtige (2014: € 56.420).

De vrijstelling voor een uitvaartverzekering of overlijdensrisicoverzekering is € 6.921 (2014: € 6.859).

Er is een (nieuwe) extra vrijstelling voor Nettopensioen / Nettolijfrente.

Wonen

Verhoging eigenwoningforfait

De verschillende percentages voor de berekening van het eigenwoningforfait zijn verhoogd.

Maximale belastingtarief hypotheekrenteaftrek omlaag

Vanaf 2014 daalt het maximale belastingtarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken met 0,5%.Voor 2015 geldt een maximaal aftrekpercentage van 51%.

Extra verhoogde schenkingsvrijstelling is vervallen

In 2014 was het mogelijk onbelast € 100.000 te schenken ten behoeve van de eigen woning. Sinds 1 januari 2015 is deze extra vrijstelling vervallen. De maximaal vrijgestelde eenmalige schenking van ouders aan kinderen tot 40 jaar is in 2015 € 52.752 ten behoeve van woning of dure studie of anders € 25.322.

Laag tarief verbouwing

Voor onderhoud of verbouwing van de eigen woning geldt een laag btw-tarief op arbeidskorting van 6% (in plaats van 21%) indien de verbouwing/onderhoud is afgerond vóór 1 juli 2015.

Zorg

Verplicht eigen risico verhoogd naar € 375

Vanaf 2015 bedraagt het verplicht eigen risico van de zorgverzekering € 375 (2014: € 360). Dit eigen risico geldt voor alle verzekerden vanaf 18 jaar.

Wijzigingen zorgtoeslag in 2015

De zorgtoeslag is in 2015 maximaal € 78 per maand voor alleenstaanden en € 149 voor iedereen met een toeslagpartner. De toeslag vervalt voor alleenstaanden boven een inkomen van € 26.316 en voor partners met een gezamenlijk inkomen boven de € 32.655.

Maximum bijdrage-inkomen Zorgverzekeringswet (Zvw) omlaag

In 2015 bedraagt het maximum bijdrage-inkomen voor de Zvw op jaarbasis € 51.976. Het percentage inkomensafhankelijke hoge bijdrage voor de Zvw is gedaald naar 6,95%. Verzekeringsplichtigen (lage bijdrage) zijn in 2015 4,85% verschuldigd over hun bijdrage-inkomen met een maximum van € 2.520.

Meer taken naar de gemeente

Door invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) krijgen gemeenten veel meer taken op het gebied van zorg. Ze krijgen er in 2015 taken bij die op dit moment nog onder de AWBZ vallen, zoals dagbesteding en sport voor verstandelijk beperkten. De AWBZ vervalt en de belangrijkste onderdelen daarvan gaan over in de Wet op de langdurige zorg (Wlz).
Ook bijna alle jeugdhulp wordt een verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit geldt zowel voor jeugdigen die zorg, begeleiding of ondersteuning nodig hebben als gevolg van fysieke en/of mentale gezondheidsproblemen, als voor jongeren die vallen onder de jeugdbescherming of jeugdreclassering.

Toekomstvoorzieningen

Pensioenopbouw gematigd

Op 1 januari 2014 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 67 jaar. Dit had in 2014 al gevolgen voor de maximale pensioenopbouw. Sinds 1 januari 2015 geldt een verdere versobering van de maximaal fiscaal toegestane pensioenopbouw. De opbouwpercentages voor eind- en middelloonregelingen gaat omlaag en de premiepercentages voor beschikbare premieregelingen ook.

Bovendien geldt dat boven een inkomen van € 100.000 geen pensioen meer mag worden opgebouwd, zonder dat hierover direct loonbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen dat pensioen dat wordt opgebouwd over loon boven de € 100.000 een nettopensioen is. Daarvoor geldt wel een eigen (nieuwe) vrijstelling in box 3. Het is ook mogelijk om, in plaats van deelname aan een nettopensioenregeling, (extra) salaris uit tekeren en dan deel te nemen aan een nettolijfrente. De nettolijfrente heeft dezelfde vrijstelling in box 3.

Lijfrente jaarruimteberekening is aangepast

Het percentage van de premiegrondslag dat als jaarruimte mag worden gebruikt, is met ingang van 2015 omlaaggegaan van 15,5% naar 13,8%. Bouwt de belastingplichtige pensioen op, dan drukt de pensioenopbouw minder op de jaarruimte; de weging van de factor A is in 2015 gedaald van 7,2 (2014) naar 6,5.

Lijfrenten in box 1 mogen nog maar worden opgebouwd over inkomen tot € 100.000. Dit is in lijn met de maximale pensioenopbouw waarvoor de omkeerregel geldt. Het is mogelijk lijfrenten over inkomen boven de € 100.000 op te bouwen, maar dit zijn nettolijfrenten. Dat wil zeggen dat de premie niet aftrekbaar is, en de uitkeringen niet belast. Het verschil met het opbouwen van netto vermogen is dat er geen vermogensrendementsheffing verschuldigd is over de nettolijfrentekapitalen (tot een bepaald maximum).

Wet werk en zekerheid

Vanaf 1 januari 2015 wordt de Wet Werk en Zekerheid in etappes ingevoerd. Veel wijzigingen gaan pas in vanaf 1 juli 2015 of 1 januari 2016. De belangrijkste wijzigingen zijn eerder in WftNU behandeld en worden in juni nog een keer op een rijtje gezet.

Participatiewet en Wet maatregelen WWB

Sinds 1 januari 2015 valt iedereen die zich bij de gemeente meldt en kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, onder één regeling. Tot en met 2014 was dat nog verspreid over drie regelingen: de Wwb (de Wet werk en bijstand), de Wsw (de Wet sociale werkvoorziening) en mensen met arbeidsvermogen in de Wajong. Dit alles valt nu onder de Participatiewet.

In de bijstand (als onderdeel van de Participatiewet) wordt de ‘kostendelersnorm’ ingevoerd, waarbij de bijstandsuitkering lager wordt naarmate meer personen hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Ook kunnen gemeenten van bijstandgerechtigden een ´significante tegenprestatie´ eisen. De invulling hiervan verschilt per gemeente. 

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships