Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wijzigingen Wft Vermogen per 1 januari 2015

Op 1 januari 2015 zijn diverse wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we daarvan een beknopt overzicht met betrekking tot de module Vermogen.

Zie voor enkele algemene wijzigingen per 1 januari 2015 het WftNU-bericht 'Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2015’ (zie Externe bronnen).

Sociale zekerheid

Per 1 januari 2015 zijn de AOW, Anw, WW, WIA, TW, Bijstandsuitkering, IOW, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2015 omdat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon dan wel het wettelijk maximum dagloon. Het minimumloon is per 1 januari 2015 gestegen naar € 1.501,80 bruto per maand (2014: € 1.495,20).

Het maximum dagloon bedraagt per 1 januari 2015 € 199,15 per dag (2014: € 197,00). Dat is op jaarbasis        € 51.978,15 (2014: € 51.417,00).

IOAW- en IOW-uitkering

Voor oudere werklozen bestaan er drie soorten uitkeringen: de IOAW, IOW of de IOAZ. Sinds 1 januari 2015 is de IOAW alleen voor een kleinere groep beschikbaar, omdat alleen mensen die zijn geboren voor 1965 hiervoor nog in aanmerking komen. De IOW was altijd al bedoeld als een tijdelijke regeling. Deze blijft bestaan tot 2020. De IOAZ is voor oudere voormalig zelfstandigen. Zie de externe links voor de verschillen in deze regelingen.

Pensioen

De pensioenrichtleeftijd is in het Witteveenkader per 1 januari 2014 aangepast van 65 naar 67 jaar en zal in komende jaren worden gekoppeld aan de levensverwachting en in de toekomst verder worden verhoogd. Sindsdien zijn de maximale opbouwpercentages voor eind- en middelloonregelingen al aangepast naar 1,9% (eindloon) en 2,15% (middelloon). De staffels voor beschikbare premieregelingen zijn daarop ook aangepast.

In 2015 is de in box 1 gefacilieerde pensioenopbouw verder versoberd. Dit heeft te maken met het feit dat als uitgangspunt van een goed pensioen niet meer wordt gekozen voor “70% van het laatstverdiende loon”, maar voor “75% van het gemiddelde loon”. Daarnaast bedraagt het maximaal pensioengevend loon € 100.000.

Het opbouwpercentage voor middelloonregelingen is per 1 januari 2015 maximaal 1,875%.

Het opbouwpercentage voor eindloonregelingen is per 1 januari 2015 maximaal 1,657%.

Eind december 2014 zijn ook nieuwe premiestaffels gepubliceerd met lagere premiepercentages voor beschikbare premieregelingen (zie externe links).

Voor pensioenregelingen waarbij de pensioenleeftijd lager ligt dan 67 jaar, zijn de opbouwpercentages lager.

De minimale AOW-franchise voor pensioenregelingen van werknemers lag tot en met 2014 vast op 10/7e x de AOW voor gehuwden. Dat was een vast bedrag van € 13.449. Vanaf 1 januari 2015 is de in te bouwen AOW-franchise gebaseerd op een andere norm (opbouw tot 75% van het gemiddelde loon). Daardoor zijn er nu verschillende AOW-franchises, afhankelijk van het gekozen pensioensysteem.

  • Voor een eindloonregeling is de minimale AOW-franchise in de tweede pijler € 14.305.
  • Voor een middelloonregeling/beschikbare premieregeling is deze minimaal € 12.642.

Overigens geldt er wel overgangsrecht voor pensioenuitvoerders, omdat deze verschillende franchises anders tot onoverkomelijke uitvoeringsproblemen zouden leiden.

Ook voor de DGA met pensioen in eigen beheer heeft dit nieuwe uitgangspunt gevolgen. Tot en met 2014 moest worden uitgegaan van 10/7e x de AOW voor een alleenstaande. Dat was een vast bedrag van € 19.619. Vanaf 2015 geldt voor pensioen in eigen beheer:

  • Een minimale AOW-franchise van € 20.921 bij eindloonregelingen.
  • Een minimale AOW-franchise van € 18.489 bij middelloonregelingen/beschikbare premie.

Pensioenopbouw met gebruik van de omkeerregeling is bovendien gemaximeerd op € 100.000. Daarboven is alleen nettopensioen of nettolijfrente mogelijk (met een nieuwe vrijstelling in box 3).

De afkoop van een klein ouderdomspensioen bij beëindiging deelneming is mogelijk indien het ouderdomspensioen op reguliere pensioendatum minder zal bedragen dan € 462,88 per jaar (2014: € 458,06).

Levensverzekeringen en lijfrente

De jaarruimte met betrekking tot uitgaven voor inkomensvoorzieningen bedraagt in 2015 maximaal € 12.153 (2014: € 25.181). Deze verlaging komt vooral doordat in box 1 gefacilieerde lijfrenten nog slechts mogelijk zijn voor zover het inkomen niet hoger is dan € 100.000.

De formule om de jaarruimte te berekenen is voor 2015: 13,8% x (premiegrondslag minus AOW-franchise) -/- 6,5 x factor A -/- oudedagsreserve. De AOW-franchise in de derde pijler is wel constant en ligt voor 2015 vast op € 11.936 (2014: € 11.829).

De maximale jaarruimte kan ook als volgt worden berekend:

13,8% x (€ 100.000 -/- € 11.936) = € 12.153.

De reserveringsruimte bedraagt maximaal € 7.052 (2014: € 6.989) maar ten hoogste 17% van de geldende premiegrondslag (maximaal € 13.927 voor belastingplichtigen die aan het begin van het kalenderjaar een leeftijd hebben bereikt van 55 jaar en 3 maanden (2014: € 13.802)).

De maximale jaaruitkering voor de tijdelijke oudedagslijfrente is € 21.142 (2014: € 20.953).

De fiscaalverzachtende afkoopregeling voor zogenaamde kleine lijfrenteverzekeringen met een waarde in het economisch verkeer wordt maximaal € 4.281 (2014: € 4.242).

Door de verhoging van de AOW- leeftijd gaat de maximale dotatie aan de oudedagsreserve omlaag van 10,9% naar 9,8% van de winst en wordt in volgende jaren gekoppeld aan de ontwikkeling van de algemeen gemiddelde resterende levensverwachting. De jaarlijkse maximum dotatie wordt € 8.631 (2014: € 9.542).

De lijfrentepremieaftrek voor stakende ondernemers wordt respectievelijk € 447.047, € 223.531 of € 111.771 (2014: € 443.059, € 221.537 of € 110.774), afhankelijk van de leeftijd op het moment van staken, dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid of het direct laten ingaan van de uitkeringen.

De vrijstelling voor een uitvaartverzekering of andere overlijdensrisicoverzekering in box 3 wordt € 6.921 (2014: € 6.859). Deze vrijstelling geldt ook voor de bankspaarvariant waarbij men op een geblokkeerde spaarrekening spaart voor een uitvaart. Deze wordt echter door nog geen enkele bank aanbieder aangeboden.

De vrijstellingen voor de KEW (en SEW en BEW) onder het overgangsrecht zijn verhoogd naar € 36.600 (2014: € 36.300) bij een premiebetalingsduur van 15 tot 20 jaar en € 161.500 (2014: € 160.000) bij een premiebetalingsduur van 20 jaar of langer.

Voor inkomens boven de € 100.000 wordt het mogelijk om over het meerdere te sparen voor de oude dag in een nettolijfrente. Daarvoor is sinds 2015 een extra vrijstelling in box 3 in de wet opgenomen.

De hoogte van de maximaal vrijgestelde premie in enig jaar, is onder meer afhankelijk van de leeftijd van de belastingplichtige. Dit is geregeld in het Uitvoeringsbesluit van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 (een nieuw artikel 17bis). De percentages waarvoor de vrijstelling van de nettolijfrenten gelden, varieren van 2,3% voor belastingplichtigen tussen de 15 en 20 jaar tot 13,5% voor belastingplichtigen van 65 jaar en ouder.

Belastingvrij stamrecht vervalt

In 2015 is belasting uitstellen over een ontslagvergoeding niet meer mogelijk. De ontvanger betaalt belasting over het hele bedrag. De overgangsregeling voor het stamrecht die in 2014 nog gold, komt daarmee te vervallen.

Door invoering van de Wet Werk en Zekerheid wordt de ontslagvergoeding een transitievergoeding. Deze wordt in beginsel gemaximeerd op € 75.000 of een jaarsalaris indien dit hoger is. Maar een rechter zou hiervan kunnen afwijken.

Overige relevante wijzigingen

  • De tariefpercentages erf- en schenkbelasting zijn ongewijzigd in 2015. De tariefschijven zijn echter gewijzigd in respectievelijk ‘€ 0 - € 121.196 en ‘€ 121.296 en hoger’ (grens 2014: € 117.214).
  • De hoogte van de vrijstellingen voor de schenkbelasting bedragen in 2015:
    • Kinderen (jaarlijks): € 5.277 (2014: € 5.229)
    • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig): € 25.322 (2014: € 25.096)
    • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig) indien schenking wordt aangewend voor de eigen woning of voor een studie: € 52.752 (2014: € 52.281)
    • Overige verkrijgers: € 2.111 (2014: € 2.092)
  • De tijdelijk verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning van € 100.000 is vervallen.
  • De vrijstellingen voor de erfbelasting bedragen in 2015:
    • Partners: € 633.014 (2014: € 627.367)
    • Kinderen en kleinkinderen: € 20.047 (2014: € 19.868)
    • Bepaalde zieke en gehandicapte kinderen: € 60.138 (2014: € 59.601)
    • Ouders: € 47.477 (2014: € 47.053)
    • Overige verkrijgers: € 2.111 (2014: € 2.092)
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships