Wilsbepaling 104-jarige gehandicapte

Gerechtshof Den Haag oordeelt over rechtsgeldigheid testament 104-jarige gehandicapte dame.

Een erflaatster heeft medio 2012 een testament laten opmaken. Vanwege de visuele handicap heeft ze niet kunnen ondertekenen, maar zijn getuigen voor haar aanwezig geweest. In 2013 is ze onder curatele gesteld vanwege geestelijke stoornis. In 2015 wijzigt ze haar testament na toestemming daarvoor van de kantonrechter. Daarin wordt een fonds aangewezen als erfgenaam waarvoor een stichting moet worden opgericht voor de organisatie van een muziekconcert voor het bejaardenthuis en aan de Zonnebloem. De stichting is aangewezen als enig erfgenaam.

De oorspronkelijk erfgenaam wil het nieuwe testament laten vernietigen. Het door de notaris gevolgde standaardstappenplan in dit soort gevallen biedt onvoldoende waarborgen, het gesprekje met de kantonrechter was maar kort en bij het medisch onderzoek naar de geestestoestand was de curator aanwezig. Ze was al 1,5 onder curatele gesteld vanwege dementie en dus niet in staat om diens wil te bepalen. Het tekstvoorstel was van de curator, de stichting kreeg carte blanche en de inhoud van het testament is zo complex en gedetailleerd dat ze dat nooit zelf heeft kunnen bedenken of begrijpen. Er zijn talloze voorbeelden te geven waaruit blijkt van een langdurige stoornis van de geestelijke gezondheid.

 

Het gerechtshof vindt het inderdaad wenselijk dat een kantonrechter zelf het gesprek had gevoerd buiten aanwezigheid van de curator. Anders kan niet uitgesloten worden dat sprake is van directe of indirecte beïnvloeding. Ook het oordeel van de kantonrechter dat geen sprake was van een complex testament vindt het gerechtshof niet door de beugel kunnen. De kantonrechter heeft niet de feitelijke gang van zaken meegedeeld gekregen. In de uitvoering van het testament had de stichting of het fond een belangrijke rol en de statuten van de stichting zijn niet ingezien. Voor een 104-jarige nagenoeg blinde vrouw was die constructie te complex.

Die stichting is ook niet bij testament opgericht voor het overlijden nu die taak is opgedragen aan de executeur. Er is ook een fonds als erfgenaam aangewezen en niet een rechtspersoon als zodanig. De stichting bestond dus nog niet bij het overlijden en kan geen erfgenaam zijn noch kan dit uitgelegd worden als last om alsnog vermogen over te dragen. Ook de fiscale gevolgen van het testament zijn erg complex en er is een verwevenheid van personen en functies in de op te richten rechtspersonen en de beloningen van die bestuurders. De rol van de curator vindt het gerechtshof dubieus, zeker nu die overal het initiatief voor nam. De verklaring van de arts dat erflaatster in staat zou zijn tot het op laten maken van een notariële akte zegt nog niets over het ingewikkelde testament. Uit het dossier volgt een vermoeden van een geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid van de curator.

 

Conclusie van het gerechtshof is dat de oorspronkelijke erfgenaam voldoende heeft bewezen dat de rechtsgevolgen van het maken van het tweede testament niet zijn overzien. Het Hof geeft een bewijsopdracht voor de erfgenamen van het tweede testament om het tegendeel aan te tonen. Daar hoort ook het bewijs van het aantonen van het overzien van de financiële en fiscale gevolgen bij.

Een stevige uitspraak van het gerechtshof, het lijkt er een beetje op dat het Hof ook twijfelt aan de geestelijke gezondheid van de professioneel betrokkenen. Uit de praktijk blijkt overigens ook echt een soort jacht op ouderen van quasi goede doelen en euthanasieverklaringen. Scherpte geboden dus ook voor de financieel planner!