Zonnepanelen zonder verzekeringsproblemen

Naar het eind van het eerste decennium van de 21ste eeuw werden zonnepanelen in Vlaanderen plots erg populair. Die populariteit had alles te maken met de zeer aantrekkelijke fiscale en financiële randvoorwaarden om een fotovoltaïsche installatie (PV-installatie) aan te schaffen. Niet alleen leverde de installatiefactuur een fiscaal aftrekbare post op, maar er werd ook een vaste vergoeding per 1 000 kW geproduceerde elektriciteit voorgehouden, die gedurende 20 jaar zou worden uitgekeerd. Beide elementen maakten de investering in zonnepanelen qua financieel rendement erg interessant. Het was zelfs mogelijk om al na een 3 à 4-tal jaar in break-even te komen.

Die tijden zijn veranderd en de financiële voordelen gekoppeld aan zonnepanelen zijn volledig verdwenen. Anderzijds is de kostprijs van een installatie ook zowat met 2/3de gedaald. Dit, samen met de klimaatdoelstellingen waar iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, maakt dat het aantal PV-installaties met de jaren wellicht nog zal toenemen.

Hoe dan ook, de investering in een zonnepaneleninstallatie kost behoorlijk wat geld. De vraag moet dan worden gesteld : in hoeverre is zo’n installatie verzekerbaar en verzekerd ?  Waar moet de eigenaar van een PV-installatie op letten ? En wat zegt de wet over de risico’s bij deze installaties ?

Techniek: hoe werkt een fotovoltaïsche installatie?

Een installatie van zonnepanelen bestaat uit meerdere panelen, waarop een aantal fotovoltaïsche cellen zijn gemonteerd. Die cellen zetten zonnelicht om in elektriciteit. Dat gebeurt door het losstoten in de zonnecel van elektronen, die omwille van een diode slechts in één richting kunnen bewegen. Die elektronen zijn de elektrische stroom die logischerwijze in één richting, dus in gelijkstroom loopt. Zonnepanelen moeten dus gekoppeld worden aan een omvormer die de gelijkspanning in wisselspanning omzet. Naast de functie van omzetting in wisselstroom heeft de omvormer ook een controle- en informatiefunctie.   Controle door bv bij problemen het systeem af te schakelen. Informatie door bv te meten hoeveel stroom er wordt opgewekt.

Een PV-installatie bestaat dus eigenlijk uit twee componenten : de panelen die de elektrische stroom genereren en een omvormer die die stroom omvormt in wisselstroom en controleert.

En ja, het ligt voor de hand : hoe meer zon, hoe meer stroom er wordt geleverd.

Risicoanalyse: wat kan er fout lopen?

Met zonnepanelen kan er behoorlijk was mislopen. Bij een brand zal de PV-installatie niet gespaard blijven. Diefstal leek bij aanvang ook een risico te zijn, maar de schrik voor dit risico, toen panelen nog stuk voor stuk veel geld waard waren, is geluwd. Het aantal diefstallen bleek heel beperkt te zijn en door de prijsdaling is een zonnepaneel niet meer zo interessant om te stelen. Het is ten andere een voorwerp dat niet zomaar kan worden gestolen.

Storm evenwel is een belangrijke bedreiging en kan schade opleveren, net zoals blikseminslag. En ook zware hagel kan de panelen beschadigen.  En wat met het opbrengstverlies wanneer een installatie uitvalt ? Telkens is de vraag: is dat risico verzekerd of verzekerbaar? En moet de verzekerde waarde in de polis niet worden aangepast ?

Mededelingsplicht: moeten zonnepanelen worden aangegeven?

Risicoverhoging

De bepalingen van de  wet op de verzekeringen van 4/4/2014  lijken duidelijk te zijn : ieder element dat het risico kan bepalen moet worden meegedeeld aan de verzekeraar.  Concreet schrijft het artikel 58 het volgende voor:

De verzekeringnemer is verplicht bij het sluiten van de overeenkomst alle hem bekende omstandigheden nauwkeurig mee te delen die hij redelijkerwijs moet beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar. Hij moet de verzekeraar echter geen omstandigheden meedelen die deze laatste reeds kende of redelijkerwijs had moeten kennen. Genetische gegevens mogen niet worden meegedeeld.

Het probleem van genetische gegevens is hier duidelijk niet aan de orde.  Wat wel aan de orde is, is de vraag of zonnepanelen een invloed kunnen hebben op de risicobeoordeling door een verzekeraar. In de praktijk blijkt dat niet het geval te zijn. Een PV-installatie op zich verhoogt het risico op brand of schade in ruime zin niet echt. Een mededelingsplicht lijkt er dus niet uit voort te vloeien. Men zou wel vanuit het voorzichtigheidsbeginsel kunnen stellen dat een mededeling toch meer zekerheid oplevert.

Ook wanneer de zonnepanelen worden geplaatst tijdens de looptijd van het verzekeringscontract zou er mededelingsplicht kunnen ontstaan. Het art. 81. § 1 van de verzekeringswet stelt het in een eerste lid als volgt voor :

Behalve wanneer het om een levensverzekeringsovereenkomst, een ziekteverzekering of een kredietverzekeringsovereenkomst gaat, heeft de verzekeringnemer de verplichting in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 58 de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.

Ook hier kan men stellen dat een mededeling van de plaatsing van een PV-installatie niet direct een mededelingsplicht doet ontstaan. Zonnepanelen zijn vanzelfsprekend wel blijvend maar verzwaren het risico op schade niet aanmerkelijk.

Anderzijds heeft een PV-installatie een impact op de verzekerde waarde en daarin ligt wél een belangrijk aandachtspunt waardoor melding van de installatie van belang wordt.

Verhoging van waarde van verzekerde goederen

Een PV-installatie verhoogt de commerciële waarde van een gebouw, maar ook de heropbouwkost. Bij schade zal de herstelkost een stuk hoger kunnen liggen want uiteraard valt ook de installatie onder de dekking van een brandverzekering. De installatie is immers vastgemaakt aan het gebouw en wordt daardoor onroerend door bestemming. Daarmee is zo’n installatie standaard meeverzekerd in de waarborg gebouw, zelfs in oude verzekeringsovereenkomsten. Eén verzekeraar (Fidea, algemene voorwaarden woonverzekering, versie juli 2006) formuleert dat als volgt : 

Onder gebouwen verstaan wij

. . .]

- de roerende goederen die blijvend aan het erf verbonden zijn en volgens artikel 525 van het Burgerlijk Wetboek onroerend worden door bestemming.

 Het probleem van PV-installaties is dus niet zozeer de vraag of er dekking is, maar eerder of het verzekerd kapitaal er wel rekening mee houdt. En hoewel de doorsnee installatie tegenwoordig pakweg maar 10.000 EUR kost, zijn installaties van 50.000 EUR en meer nog steeds mogelijk. De impact op de heropbouwwaarde van het verzekerd goed kan dus groot zijn. 

Daarmee komt een ander aspect van de verzekeringswet naar voor : de evenredigheidsregel.  Die vinden we terug in het art. 98. § 1:

Indien de waarde van het verzekerbaar belang bepaalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is dan die waarde, dan is de verzekeraar slechts tot prestatie gehouden naar de verhouding van dat bedrag tot die waarde, tenzij anders is bedongen.

De waarde van een gebouw is wel degelijk bepaalbaar. De plaatsing van een PV-installatie verhoogt die waarde zonder twijfel. En die verhoging kan het tweede deel van de vermelde §1 inroepen, nl. dat de verzekeraar slechts zal vergoeden naar verhouding van het verzekerd bedrag tot die waarde. Of met andere woorden: de schadelijder riskeert om zijn schade niet volledig vergoed te krijgen.

Zonder in detail te treden is hier toch wel nuance gepast. Want de verzekeringswet voorziet in het KB van 24 december 1992, met name het artikel 3, §3 het volgende:

 “De evenredigheidsregel van bedragen wordt niet toegepast:

1° als de ontoereikendheid van het verzekerde bedrag niet meer bedraagt dan 10% van het bedrag dat verzekerd had moeten zijn.”

Een investering in zonnepanelen die de waarde van de woning niet met meer dan 10 % verhoogt, dient aldus niet te worden meegedeeld. 

En toch blijft het meedelen van een PV-installatie nuttig. Want sinds de democratisering van zonnepanelen willen een aantal verzekeraars toch iedere twijfel uitsluiten en wordt er bij het maken van een offerte gevraagd of er een PV-installatie aanwezig is.

Of de plaatsing van een PV-installatie moet worden meegedeeld aan een verzekeraar is dus een gemengd antwoord nodig:

  • Zeer zeker, wanneer de verzekeraar er naar vraagt
  • Zeer zeker, wanneer de waarde van de installatie hoger is dan 10 % van de heropbouwwaarde van het verzekerde onroerend goed
  • Aanbevolen in andere gevallen om ieder discussie uit te sluiten

 De volgende stap in de analyse is dan: hoe kan men de aanwezigheid van PV-installaties meedelen ?

De mededelingsplicht en het evaluatierooster

Toepassing van het standaard SAER rooster

Het concept van het evaluatierooster is al enkele decennia oud. De grondslag van het evaluatierooster ligt in de vaststelling enerzijds dat de verzekeringnemer de waarde van het te verzekeren goed moet bepalen en anderzijds dat die verzekeringnemer maar zelden de kennis heeft om die waarde correct bepalen. Daarom zijn verzekeraars sinds de publicatie van het KB van 1 februari 1988 verplicht  om de verzekeringsnemer, eigenaar of huurder van een woning, een stelsel (het Stelsel ter Afschaffing van de EvenredigheidsRegel of SAER) voor te stellen dat, indien correct toegepast, niet alleen de waarde van de woning bepaalt maar ook en vooral leidt tot de afschaffing van die evenredigheidsregel.

De toenmalige beroepsvereniging van verzekeraars (BVVO, nu Assuralia) heeft naar aanleiding van dat KB een ‘rooster’  uitgewerkt dat op basis van een aantal vragen de berekening van de heropbouwwaarde van het verzekerd vastgoed moet mogelijk maken.

Intussen heeft iedere verzekeraar niet alleen een eigen rooster uitgetekend, maar daarnaast nog andere uiteenlopende methodes van waardebepaling uitgewerkt. Het meest populaire is de methode op basis van het aantal kamers geworden. Alle roostersystemen hebben nochtans één kenmerk gemeen: er worden vragen gesteld en die dienen correct te worden beantwoord.

Het is net in die vraagstelling dat zonnepanelen naar boven komen. Want een verzekeraar die een SAER voorlegt, welk systeem het ook weze, waar niét naar de aanwezigheid van een PV-installatie wordt gevraagd, wordt geacht automatisch rekening te houden, niet alleen met de dekking maar ook de waarde van de installatie. Wordt er wél naar gevraagd, dan dient men uiteraard naar waarheid een antwoord te formuleren. Het is aan de verzekeraar in haar risicoappreciatie om rekening te houden met de zonnepanelen of niet.

De mededelingsplicht en de methode aantal kamers

Het werd supra al gemeld: de methode van het aantal kamers is bijzonder populair geworden. Inzake zonnepanelen moet men ook bij deze methode opletten. Sommige verzekeraars zijn bij  de methodiek van het aantal kamers beducht voor de verhoging van de geleden schade omwille van de aanwezigheid van een PV-installatie. Zij verkiezen daarom om het stelsel ter afschaffing van de evenredigheidsregel, gebaseerd op het aantal kamers, niet toe te passen  wanneer er zonnepanelen aanwezig zijn. In dit geval kan de verzekeringnemer een andere methode aan te wenden.

De mededelingsplicht en de voorafgaande expertise

Een voorafgaande expertise is conceptueel een zeer geschikt middel om de waardebepaling van een onroerend of roerend goed foutloos te laten verlopen. Een bouwkundig expert (voor roerende goederen kan dat uiteraard een andere expert zijn, zoals een kunstkenner) bezoekt het gebouw en bepaalt de heropbouwwaarde ervan. 

Bij een bezoek waar de PV-installatie al aanwezig is, zal die expert vanzelfsprekend rekening houden met deze installatie. En het ligt meteen voor de hand: als de expert bij zijn waardebepaling geen rekening houden met de zonnepanelen, simpelweg omdat die nog niet waren gemonteerd, geldt er meteen mededelingsplicht naar de verzekeraar toe.

Bijzondere risico’s

Zonnepanelen buiten een bouwconstructie

Zonnepanelen zijn vastgemaakt, doorgaans op het dak van een gebouw. Daardoor worden ze volgens de logica van bestemming en incorporatie onroerend door bestemming en aldus een deel van het gebouw.

Een PV-installatie kan evenwel ook gewoon op de grond worden geplaatst, in de tuin bv. of op een parking.  De installatie is daarmee niet geïncorporeerd in een gebouw en meteen niet verzekerd in een standaard brandpolis. De risico’s die de PV-installatie bedreigen, zoals brand of hagel, blijven evenwel bestaan. Het is daarom in het belang van de eigenaar om contact op te nemen met de verzekeraar ten einde de installatie te verzekeren. Dat kan via een bijvoegsel in de brandpolis, een aparte brandverzekering of zelfs een verzekering allrisk elektronica hoewel deze laatste optie in de praktijk niet wordt gekozen.

Zonnepanelen geplaatst door een huurder

Werden de zonnepanelen op kosten van een huurder geplaatst, dan dient ook deze persoon de nodige aandacht aan zijn brandpolis te schenken. Een verzekeraar zal standaard geen rekening houden met mogelijke zonnepanelen, het is immers vrij ongebruikelijk. De oplossing is niet moeilijk: via een clausule in de bijzondere voorwaarden kan de PV-installatie meeverzekerd worden. 

Zonnepanelen geplaatst door een derde

Ook dit is mogelijk: de eigenaar van een gebouw stelt zijn dak ter beschikking van een persoon die er een PV-installatie op laat plaatsen. Bij particulieren en kleine bedrijven gebeurt dit wat minder vaak, maar bij grote industriële gebouwen is de verhuur van een dak om er zonnepanelen op te plaatsen een extra bron van inkomsten. Maar daarmee ontstaat ook een nieuw risico. Want de installatie die toebehoort aan een derde kan worden beschadigd door fout of nalatigheid van de verhuurder van het dak. Denk daarbij aan een reinigingsploeg die onvoorzichtig te werk gaat, of de omvormers die door een onhandigheid van een personeelslid worden beschadigd. We zitten hier in de sfeer van de burgerlijke aansprakelijkheid, waar een brandpolis eenvoudig risico ten andere dekking voor geeft. Personen die dus hun dak of terrein ter beschikking stellen van een derde om er een PV-installatie te plaatsen dienen dit zeker met hun verzekeraar te bespreken en regelen.

Bedrijfsschade

Dit risico is tot nader bericht niet verzekerbaar: het inkomensverlies na schade aan een PV-installatie. Schade aan de zonnepanelen, wat de oorzaak ook weze, resulteert in het stilvallen van de installatie en aldus ook de productie van elektriciteit. Dat inkomensverlies kan dubbel zijn:

  • Verlies aan geproduceerde elektriciteit, waardoor de schadelijder elektriciteit moet aankopen
  • Verlies van groenestroomcertificaten. Omdat er geen elektriciteit wordt geproduceerd, levert dit ook geen certificaten op. Dat kan tot € 450 per 1 000 kW gaan

Conceptueel zou het risico op inkomensverlies na schade aan de installatie via een vorm van bedrijfsschadeverzekering verzekerbaar kunnen zijn. Dit product is evenwel niet op de markt beschikbaar.

In het kader van een mogelijke aansprakelijkheid kan een schadelijder wél een vergoeding opeisen, maar dit is dan louter op basis van gemeen recht, niet op basis van een zaakschadeverzekering.

Allrisk elektronica

Sinds jaar en dag bieden verzekeraars allriskverzekeringen elektronica aan. Deze verzekeringsovereenkomsten bieden een oplossing voor de specifieke problematiek van schade aan elektrische en elektronische toestellen. Het verzekeringscontract is qua concept duidelijk: alle schadeoorzaken zijn gedekt, behalve die welke uitdrukkelijk in de polis worden uitgesloten.

PV-installaties hebben elektrische en elektronische componenten en vandaar dat men zich kan afvragen in hoeverre een polis allrisk zinvol is. Dat is slechts zelden het geval. De kostprijs van de elektronische componenten is eigenlijk relatief laag. Een omvorming  kost gemiddeld tussen € 1 000 en € 1 500.  Een allriskverzekering voor deze elektronische component zou, zeker door de relatief hoge minimumpremie, te duur uitvallen.

Conclusie

Op het eerste zicht lijkt het overbodig om een PV-installatie mee te delen aan de brandverzekeraar. Bij een verzekeringsovereenkomst wil men echter zekerheid hebben, de essentie van een verzekeringscontract. Daarom is het aanbevolen om bij aanvang van de polis altijd de aanwezigheid van een PV-installatie te melden. Wordt de installatie gebouwd tijdens de looptijd van een brandverzekering, dan strekt het tot aanbeveling om de installatie mee te delen aan de verzekeraar.